De Toren van Oneindige Hoogte: Roth-End
28-02-2007 @ 12:00 posted by Xessive
Er gebeurde niets en Erissy opende voorzichtig één oog. De bol hing stil in de lucht. Met haar ogen op het ding gericht schuifelde ze langs de muur. De bol maakte geen aanstalten haar te volgen. Eenmaal voorbij rende ze terug naar de serverruimte. Strever stond nog steeds bij het toetsenbord.Hij glimlachte vermoeid naar haar, 'ik zie dat ik gelukkig op tijd was. Ik heb de bollen weten uit te schakelen vanaf hier.'
'En nu?'
'Nu alleen nog dit en als Thon zijn taak doet zouden we het binnen een paar minuten moeten merken.'
Op het scherm knipperde de boodschap: [override block point awarding system y/n]
Het duurde maar een paar minuten, maar Erissy kon met zekerheid zeggen dat het de langste minuten van haar leven waren. Met ingehouden adem wachtte ze op..., ja op wat eigenlijk? Ze wist het niet. Als Thon zijn punten zou krijgen in het spel, zou hij al zijn kracht weer terughebben. Dan was hij in staat om het spel uit te zetten. Misschien waren ze wel te laat geweest en had Thon de bovenste etage van de toren niet bereikt. Misschien wilde Thon het spel helemaal niet meer uitzetten nu hij zoveel kracht had gekregen en was hij alsnog de samenwerking aangegaan met Unteto. Misschien, misschien, misschien. Strever zat uitgeput tegen de zijkant van de server.
'Strever, denk je dat er nog wat gebeurt?'
'Geef het een paar minuten. Zes keer zo snel in het spel als hier, weet je nog?'
Strever had het laatste woord nog niet uitgesproken of achterin de ruimte klonk zachte klik. Eén voor één sloegen de servers af. De tientallen draaiende ventilatoren vielen stil.
'En dat was dat', zei Strever en sloot zijn ogen.
'Strever?'
Geen reactie. Erissy pakt hem bij de schouders en schudde. Zijn ogen bleven dicht. De inspanning was toch te groot geweest voor hem. Ze moest zo snel mogelijk een dokter zien te vinden. Misschien kon ze vanaf de begane vloer bellen bij de balie van de receptie. Ze rende naar het gat. Kroop erdoor en kwam overeind.
De dreun op haar kaak sloeg haar hoofd opzij en ze voelde haar lip scheuren. Honderden rode sterren explodeerden voor haar ogen. Erissy strompelde naar voren. De volgende vuistslag wierp haar naar achteren, zodat haar achterhoofd met een doffe klap tegen de muur kwam. Een hand sloot zich om haar keel.
'Bemoeiziek wijf', fluisterde een stem naast haar oor, 'jij en Strever hebben alles verpest.'
Erissy was versuft van de klappen en ze had de metalige smaak van bloed in haar mond. Desondanks herkende ze de stem. De stem van haar baas in het spel, Roth-End.
Erissy probeerde uit alle macht haar hoofd helder te krijgen. De klappen waren hard aangekomen. Door de waas voor haar ogen zag ze slechts een vage schim waar Roth-End stond.
'Waar is hij?' vroeg hij.
'Wie?'
'Houd je niet van de domme, trut. Strever natuurlijk.'
'Ik ben hier alleen.'
Roth-End sloeg haar met de rug van zijn hand over haar gezicht. Door de stekende pijn sprongen de tranen in haar ogen. Ze bleef maar nauwelijks overeind.
Roth-End kneep nog wat harder in haar keel, 'wat doe je jezelf aan?' zei hij op een bijna vriendelijke toon, 'ongeacht of je het mij vertelt of niet, vind ik Strever toch wel. Je kunt jezelf een hoop pijn besparen als je het gewoon vertelt.'
'Waarom doe je dit?'
'Waarom? Je dacht toch niet dat Unteto dit allemaal zelf bedacht had? Die is zo makkelijk te beïnvloeden. Alleen toch nog een beetje te dom om het hele plan af te ronden. Ik had moeten weten dat het niet goed zou gaan als ik mij er zelf niet mee zou bemoeien, maar daar is het nu te laat voor. Alles is mislukt. En jullie gaan daar voor boeten. Dus vertel me waar Strever is, of ik maak de rest van je leven een hel.'
'Val dood lul!' Erissy richtte haar hoofd op en spuugde Roth-End in zijn gezicht. Een dikke klodder rood speeksel droop over zijn wang naar beneden.
'Vuile teef!'
Roth-End deed een stap achteruit en veegde de spuug van zijn gezicht. Hij graaide in zijn binnenzak, haalde een pistool tevoorschijn en richtte deze woedend op Erissy. Ze was te ver gegaan, dat snapte ze, maar het deed haar niets. Als ze de kracht had gehad, had ze hem niet alleen bespuugd, maar ook voor zijn kop geslagen. Rechts zag Erissy ineens beweging. Een luide klik klonk in de krappe gang. Roth-End keek verbaasd opzij naar de bol die stilletjes de gang in was komen vliegen. Hij richtte zijn wapen op de bol en vuurde. De kogel ketste af op het ronde metaal en liet een gaatje achter in het plafond. De aanval van de bol was snel en doeltreffend. Een regen van kogels doorzeefde het bovenlichaam van Roth-End. De bol bleef vuren tot het klik-klik-klik van een leeg magazijn te horen was. Roth-End bleef nog even staan alsof zijn lichaam er nog niet van overtuigd was dat het niet meer leefde en viel toen voorover, zijn levenloze ogen gericht op het oneindige. De bol hing stationair.
'Erissy? Ben je in orde?'
Strever kwam met moeite door het gat in de muur gekropen. Hij keek bezorgd omhoog.
'Ik werd wakker en hoorde alles. Het enige wat ik kon bedenken was de beveiliging weer aanzetten. Is alles goed?'
Ondanks de pijn in haar gezicht glimlachte Erissy naar hem.
Vanuit haar bed staarde Erissy omhoog naar het witte plafond. Strever en zij waren allebei opgenomen in het ziekenhuis ter observatie. Waarschijnlijk mochten ze de volgende dag alweer naar huis. Ze had Strever al gevraagd of hij tijdelijk bij haar wilde komen wonen, nu zijn eigen appartement in de lucht was gevlogen. Hij had dankbaar geaccepteerd. Het was geen liefdadigheid, ze was er zelf ook blij mee. Erissy liet zich uit bed zakken en liep op blote voeten naar de kamer waar Strever lag.
'Ben je nog wakker?' fluisterde ze in het donker.
'Ja. Wat is er?'
'Niets.'
Ze liep door de kamer, sloeg de dekens terug en kroop bij Strever in bed. Hij kuste haar voorzichtig op haar pijnlijke lip en drukte haar stevig tegen zich aan. Het zou nog een gekkenhuis worden, dat wist ze, maar voor nu was ze kalm en genoot ze van het moment samen. Enkele minuten later vulde het zachte ademen van de slapenden het kleine kamertje.
De Toren van Oneindige Hoogte: Naar beneden
27-02-2007 @ 12:00 posted by Xessive
De deuren van de lift schoven open. Even speelde haar angst haar parten en dacht ze de bollen te zien die nog altijd voor de deur zweefden in afwachting van hun terugkomst, de machinegeweren in de aanslag, maar de gang was leeg. Strever had zijn arm ter ondersteuning om haar nek geslagen. Ze voelde zijn gewicht aan haar schouder trekken en hielp hem zo goed en kwaad als het ging door de gang. De vloer lag nog bezaaid met lege hulzen zodat ze moest uitkijken niet uit te glijden. Tegen de tijd dat ze het gat in de muur bereikten, stond het zweet op haar voorhoofd en hijgde ze onder de inspanning.'Als je nog eens een leuk uitje weet', zei Erissy.
'Hé, jij bent zelf naar het hoofdkantoor gekomen. Daar had ik niets mee te maken.'
Terwijl Strever zichzelf leunend tegen de muur overeind hield, liet Erissy zich op haar buik zakken. De bol lag nog steeds in het gat en ze duwde er met al haar kracht tegenaan. Het ding rolde opzij, tot het tegen een stuk steen aankwam en niet verder wilde. Het was voldoende. Met de bol uit de weg zag ze grote serverkasten staan.
'Volgens mij hebben we geluk Strever.'
Strever stopte bij een van de kasten en drukte op een knop die aan de zijkant zat. Een paneel schoof opzij, waardoor een beeldscherm en een toetsenbord tevoorschijn kwam. Strever drukte op wat toetsen en op het scherm verscheen hetzelfde beeld wat Erissy eerder had gezien, met de stats van Thon. Strever tikte verder en op het scherm verscheen een loginvenster. Hij vulde zijn naam en password in. Zijn vinger bleef even hangen boven de enterknop.
'En nu maar hopen dat Unteto dacht dat het voldoende was om alleen de toegang tot de serverruimtes te blokkeren', zei hij en drukte.
Erissy verwachtte alarmbellen, maar op het scherm verscheen slechts de boodschap
[Welkom Strever. U wenst?]
Een cursor knipperde afwachtend in het scherm. Strever begon te tikken.
Erissy stond schuin achter Strever met haar armen over elkaar geslagen. Het geluid van schuivende stenen trok haar aandacht. Bij het gat in de muur bewoog iets en Erissy zag tot haar schrik de glimmende metalen bol langzaam van de grond komen. De bol klonk niet helemaal goed meer, het klonk alsof er iets los ratelde in zijn binnenste.
'Strever.'
'Nu niet Erissy.'
'Strever!'
'Erissy. Als je het niet erg vindt...'
'STREVER!'
'WAT?'
Strever keek op en zag de bol met horten en stoten op ze af komen, 'kut! Niet weer!' Hij begon nog wat sneller te tikken.
'Strever. We moeten rennen!'
'Rennen? Ik kan nog niet eens lopen, zo brak ben ik. Onze enige kans is als ik dit snel voor elkaar krijg. Dus als je je mond even zou willen houden.'
De klepjes aan de zijkant van de bol schoven open. Er was echt iets mis met het ding, want maar één van de wapens kwam naar buiten. Uit de andere kant kwam het knetterende geluid van kortsluiting en kringelde rook.
'Kun je de bol misschien afleiden?' riep Strever.
'Afleiden? Waarmee?'
Erissy keek van links naar rechts en daarna weer naar de bol. Er was eigenlijk maar één uitweg. Ze nam een sprong en dook onder de bol door. Eenmaal achter de bol, graaide ze een stuk baksteen van de grond en wierp het met een precisie waar ze zichzelf mee verraste, op het glimmende metaal. Het ding draaide in de lucht naar haar toe en liet een salvo kogels los. Erissy voelde een kogel vlak langs haar gezicht schieten, dook ineen, en kwam er meteen achter waarom de bol normaal twee wapens had. De terugslag zorgde ervoor dat de bol spinde om zijn as en moeite had om weer recht te komen. Ze graaide nog een baksteen van de vloer en gooide. De steen ketste af van het metalen oppervlak. De bol draaide zich met moeite weer naar haar toe. Ze had zijn aandacht weer. Nu maar hopen dat hij haar zou volgen, zodat Strever zijn werk kon afmaken. Erissy kroop door het gat naar buiten, kwam overeind en zette het op een rennen. Achter haar ramde de bol de rand van het gat, schampte de vloer van de gang en vloog met een klap tegen de wand. Hij herstelde zich snel en zette de achtervolging in. Erissy rende zo hard ze kon. Achter haar ratelde het machinegeweer van de bol. De kogels sloegen in in de muur naast haar. Ze voelde de scherpe steken van stenen schilfertjes die door de kogels uit de muur geslagen werden. Het was bijna niet mogelijk, maar Erissy wist nog ergens de kracht vandaan te halen om nog harder te rennen. Ze draaide een hoek om, en nog een, en nog een, en stopte. De gang ging niet verder. Ze draaide zich om en wilde terugrennen, misschien kon ze weer onder de bol doorduiken, maar het was al te laat. De bol zweefde voor haar in de gang en blijkbaar had het een manier gevonden om zijn stabiliteit te verbeteren, want het wapen was precies op haar gericht. Ze kon geen kant meer op. Erissy kneep haar ogen dicht en vroeg zich af of het pijn zou doen.
De Toren van Oneindige Hoogte: Levensadem
26-02-2007 @ 12:00 posted by Xessive
'Val dood Soktur', zei Strever en dook met zijn borst naar voren boven op het zwaard.In zijn hoofd gilde Soktur van woede. Het zwaard spietste het bovenlijf van Soktur precies op de
plek waar zijn hart zat. Het deed verrassend weinig pijn. Strever staarde naar het lijk onder hem
terwijl zijn ademhaling stokte. Thon stond er nu alleen voor. Zijn laatste gedachte was bij Erissy en
het feit dat hij zijn belofte iets samen te gaan doen niet zou kunnen nakomen.
In de kelder van het hoofdkantoor begonnen op de capsule waarschuwingslampjes te knipperen en
schoot de deur open. Het lichaam van Strever zakte levenloos op de grond.
'Shit, shit shit!' Erissy knielde naast het lichaam van Strever op de grond. Ze draaide hem met moeite op zijn rug.
'Hufter!' schreeuwde ze door haar tranen heen, 'ik zei toch dat het gevaarlijk was.'
Met de rug van haar hand veegde ze de tranen van haar gezicht en ademde een paar keer diep in. Er was nu geen tijd voor paniek. Zeker niet als ze hem wilde redden. Erissy duwde twee vingers in zijn hals en voelde naar een hartslag. Niets. Ze keek om zich heen. Het ding moest hier toch ergens hangen. Sinds een aantal jaar was er een apparaat op de markt dat de hele reanimatie regelde, zelfs de beademing en de hartmassage. Wettelijk was ieder bedrijf verplicht ze op een toegankelijke plek te plaatsen, maar deze ruimte was al zo lang niet in gebruik, dat het hier niet hing. Naast de deur zag ze wel een oude AED hangen. Dan maar die, dat was beter dan niets, als ze zelf nog maar wist hoe het moest. Ze sprong overeind, rende naar de deur van de ruimte, rukte het groene kistje uit de houder die op de deur geschroefd zat en sprintte weer terug naar Strever. Ze haalde de deksel van het kistje. De onderkant was een apparaat dat automatisch aansloeg toen ze de deksel eraf haalde. Erissy trok de pads, die via kabels met het apparaat verbonden waren los. Ze knoopte het shirt van Strever open en plakte de pads op zijn blote borst. Links en rechts van zijn hart. Op het apparaat knipperde het lampje van een rode knop. Ze drukte erop. Een metalige vrouwenstem klonk uit het kastje.
[Analyse. Raak het lichaam niet aan.]
Erissy beet nerveus op haar onderlip tijdens het wachten.
[Schok toedienen.]
Erissy hoorde een lichte tik. Strevers lichaam verstijfde en ontspande weer.
[Analyse. Raak het lichaam niet aan.]
[Begin reanimatie]
Met duim en wijsvinger kneep ze de neusgaten van Strever dicht en met de wijs- en middelvinger van haar andere hand duwde ze zijn hoofd iets naar achteren. Ze blies twee keer adem door zijn mond naar binnen. Daarna schoof ze opzij, legde haar handen op zijn borstbeen en begon te duwen. Om de zoveel tijd blies ze extra adem in zijn mond en ging dan weer verder met de massage.
[Laat het lichaam los.]
Erissy stopte met de massage en ging rechtop zitten.
[Analyse. Raak het lichaam niet aan.]
[Schok toedienen]
[Analyse. Raak het lichaam niet aan.]
[Hartslag aanwezig. Verwijder pads. Controleer levensfuncties.]
Erissy trok de pads van Strever's borst. Zijn borstkas ging op en neer met het ademen. Nog niet echt een sterke ademhaling, maar hij ademde in ieder geval. Hij was alleen nog bewusteloos. Erissy hoopte dat hij geen hersenletsel had overgehouden aan het zuurstoftekort. Ze knoopte zijn shirt dicht. Trok haar eigen jas uit en vouwde hem op, zodat ze hem als kussen onder Strever�s hoofd kon leggen. Ze ademde diep in en liet de lucht in een lange stroom weer naar buiten om haar eigen hartslag een beetje onder controle te krijgen. Pas toen hoorde ze het piepende geluid.
Erissy stond op en liep naar het scherm. Het stond nog zo ingesteld dat het Thon volgde. De Toren stond precies in het midden van het scherm en links onderin knipperde een hartje. Bij iedere knipper hoorde ze de piep. Erissy fronste haar wenkbrauwen. Ze had geen idee hoe het systeem precies werkte en drukte op goed geluk een aantal keer op de tab-toets. Het knipperde hartje lichtte op. Ze gaf een enter en op het scherm verscheen een overlay met informatie.
[Speler Thon. HP level: 2%. MP level: 0%. Te verwerken hitpoints:
'Winst gevecht: Pyroquake - 307 doden.'
'Health Points: 23980.'
'Magic Points: 11320.'
'Experience Points: 13111.'
System override in werking.]
'Erissy.'
Erissy draaide zich geschrokken om. Ze schrok niet zozeer van zijn stem, die zwak en schor had geklonken, maar meer omdat ze niet had verwacht dat hij zo snel weer bij bewustzijn zou zijn. Strever probeerde overeind te komen, maar zakte al snel weer in elkaar.
Erissy rende naar hem toe, 'Strever! Blijf in vredesnaam liggen. Je lichaam heeft een vreselijke klap gehad.'
'Er is nu geen tijd om te liggen', zei Strever, 'ik moet weer naar beneden.'
'Naar beneden? Naar die levensgevaarlijke bollen? In jouw toestand? Heb je een doodswens ofzo?'
'Nee, natuurlijk niet, maar we moeten die override uit het systeem halen anders redt Thon het nooit. Hij heeft al zijn energie opgebruikt bij de Pyroquake en dat wordt alleen aangevuld als hij de punten krijgt van de winst in het gevecht.'
'Ben je vergeten dat we de serverruimte niet in kunnen? Unteto heeft alles beveiligd.'
'Eén van de bollen is door een muur beneden gevlogen. Met een beetje geluk was het een muur van een serverruimte en kunnen we door dat gat naar binnen.'
'En die andere bollen?'
'Met een beetje geluk zijn die weer teruggegaan naar hun oude plek.'
'Al die beetjes geluk bij elkaar, zorgen er wel voor dat er een heleboel geluk nodig is. En dan nog wat. Ik dacht dat de beheerdersservers in serverruimte zes stonden.'
'Ja, maar dat is alleen als je het spel in wilt. Ik wil nu niet het spel in. Ik wil alleen maar toegang.'
'En dat kan niet vanaf deze computer?'
'Nee. Op de oude assistentenserver draait niet het nieuwe beheerdersprogramma. Ik kan hier niets.'
'Ik vind het nog steeds een slecht idee.'
Strever veegde het zweet van zijn grauwe gezicht, 'luister. Ik ga sowieso naar beneden, met of zonder jou, maakt mij niet uit.'
Erissy betwijfelde dat Strever genoeg kracht had om langs haar te komen als ze besloot om hem niet te laten gaan. Hij had alleen wel gelijk. Ze waren nu al zo ver gegaan, dat laatste restje kon er ook nog wel bij als het zou leiden tot hetgeen waar zij zelf al jaren voor streed: het einde van Het Spel. Ze stak haar arm uit en hielp Strever overeind.
De Toren van Oneindige Hoogte: The Lost Chapters
23-02-2007 @ 12:30 posted by Xessive
Vorig jaar knalde de actie van het digitale papier in het vervolgverhaal 'De Toren van Oneindige Hoogte', waarin de strijd losbarst wanneer een systeembeheerder en de sterkste speler in een ongekend populair en revolutionair nieuw virtueel spel, de handen ineen slaan om de machtswellusteling te verslaan die de macht in de spelwereld probeert te grijpen.Hoewel er maar weinig losse eindjes in het verhaal zitten, zal de trouwe lezer zich wellicht hebben afgevraagd, wat er precies met Strever gebeurde, nadat hij zich in het spel opofferde. Vandaar voor alle liefhebbers van de serie, doen we vanaf maandag 12 uur, speciaal voor de viering van het 5 jarig bestaan van de weblog, de missende hoofdstukken van Strever en Erissy.
Voor iedereen die geen idee heeft waar het over gaat, of die nog een geheugen opfrissertje nodig heeft: hier het pdf-bestand van het hele verhaal of alle delen op de weblog zelf hier:
|1|2|3|4|5|6|7|8|9|10|11|12|13|14|15|16|17|18|19|20|21|22|23|24|25|
Veel leesplezier.
DTvOH: Het Complete Verhaal
21-04-2006 @ 12:00 posted by Xessive
Vorige week kwam er een einde aan het vervolgverhaal De Toren van Oneindige Hoogte. Op verzoek van een paar fans en voor iedereen die het nog een keer in zijn geheel wil lezen, heb ik hier een linkje naar het complete verhaal in pdf formaat (Right Click en Save Target As).Iedereen die dacht: 'lachen zo'n vervolgverhaal' wil ik nog even wijzen op het briljante Ben de Leider van getikte_rik, visueel ondersteund door uitmuntende creaties van nietzman. Zelf neem ik even een korte vervolgverhalen-break, maar houd uw weblog in de gaten, want binnenkort gaan we van start met een hele nieuwe story: 'Rox Bender, intergalactische PI'.
Hierbij alvast een voorproefje:
'Tering! Wat een kloteweer! Ben jij dat Rox?'
Uit de schaduw stapte een klein mannetje met een rond brilletje en een clipboard.
'Hé, Benny,' zei Rox, 'niet zo best hè?'
'Er is er altijd maar één die zulk pestweer krijgt toebedeeld door de intakers.'
Benny wierp een blik op zijn inmiddels drijfnatte clipboard, 'ik zie dat je drie vragen had met een optie op vijf, en van plan bent enig fysiek geweld te gebruiken bij de informatievergaring?'
'Yup.'
'Dan leg ik even mijn clipboard hier op deze vuilnisbak,' zei hij en zette het op een rennen.
Rox graaide de deksel van de vuilnisbak, waardoor de clipboard op de grond viel en wierp hem als een frisbee door de steeg. De deksel kwam precies tussen de benen van Benny terecht, die daardoor hard onderuit ging en al glijdend op zijn buik over de natte straat tot stilstand kwam tegen een grote vuilcontainer. Rox was binnen een tel bij hem en trok hem aan zijn jasje omhoog.
'De dochter van de gouverneur van Plargeon is ontvoerd!' schreeuwde hij in het gezicht van de inmiddels volledig in zijn rol vervallen Benny.
Benny's ogen schoten schichtig van links naar rechts op zoek naar een uitweg, maar Rox had hem stevig vast, 'ik weet niets van een ontvoering!'
Met een flinke zwaai draaide Rox om en wierp de kleine Benny tegen de muur, 'onzin! Ik wil weten wie de ontvoerder is!'
'Dat is niet bekend!' jammerde Benny.
Rox greep hem bij de bovenarmen en rammelde hem eens flink door elkaar. Waterdruppels spatte naar alle kanten van Benny af, 'vertel me dan maar waar de dochter voor het laatst is gezien!'
'In nachtclub 'Plastique' in Artes.'
'Door wie?'
'Door Tempus.'
Benny rukte zich los en ging er weer van door.
'Uh...', zei Rox, 'die kant zou ik niet op rennen.'
Tot gauw…
De Toren van Oneindige Hoogte: Slot
14-04-2006 @ 12:00 posted by Xessive
Thon zag Asgrad grijnzend op hem neerkijken. 'Je gaat eraan', zei Asgrad. Hij hief zijn zwaard boven zijn hoofd en liet het met een zwaai naar beneden komen. Thon hield zijn armen omhoog om de klap op te vangen. Voor het zwaard hem raakte, stopte het spel. Thon staarde langs zijn armen naar de bevroren Asgrad die met een verbeten gezicht van krachtsinspanning, maar met nietsziende ogen doodstil stond. Geen geluid was er te horen. De omgeving vervaagde en een groot scherm verscheen voor Thon in de lucht. Met gefronste wenkbrauwen wierp hij een blik op het scherm, waarop de statistieken van Issaphaus te zien waren en opeens besefte hij wat er stond te gebeuren. Hij had eigenlijk verwacht dat dit gedeelte van het spel niet meer zou werken, dat Unteto het op de een of andere manier had uitgeschakeld, maar niets was minder waar. Over het statistiekenscherm verschenen achtereenvolgens een aantal kleinere schermen met de teksten:
'Winst gevecht – Pyroquake – 307 doden.'
'Health Points – 23980.'
'Magic Points – 11320.'
'Experience Points – 13111.'
De schermen verdwenen en in het statistiekenscherm liepen de punten achter de kopjes HP, MP en EP op en met die punten liep ook zijn persoonlijke level op. Thon zag hem stoppen op level 99. Het hoogst haalbare in het spel. Er verscheen nog een laatste scherm:
'Energie levels worden aangevuld.'
Thon's spieren verkrampten en zijn adem stokte in zijn keel terwijl de kracht terugstroomde in zijn lichaam. Terugstroomde, maar niet tot het niveau dat Thon normaal gewend was. Nee, veel verder. Thon voelde zijn spieren opzwellen, zodat het leer van zijn pak strak om zijn armen en benen kwam te zitten. Magische kracht werd tot zulke hoogten opgedreven dat blauwe energie uit zijn vingers op de grond lekte, waar het even als een plasje lichtgevend blauw water bleef liggen en daarna in het niets verdween. Thon sloot zijn ogen en kreunde onder het genot van de krachten die hem volledig overspoelden. Dit was waar hij al die jaren voor had gespeeld! Dit was wat hij had willen bereiken! Hij was de eerste die het allerhoogst haalbare in het spel haalde.
De schermen verdwenen en zijn omgeving werd weer scherp. Het zwaard van Asgrad suisde op hem af. Thon ving het blad op met zijn blote hand. Nu was het zijn moment om te glimlachen. Thon hield het zwaard vast en stond op. De verbazing viel van het gezicht van Asgrad af te lezen. Hij probeerde het zwaard uit de hand van Thon te trekken, maar het lukte niet. Thon kneep en het blad verboog tussen zijn vingers.
'Wat...?' stamelde Asgrad, 'hoe is dit mogelijk? Ik had je verslagen!'
Thon zei niets. Asgrad liet zijn verbogen zwaard uit zijn handen vallen, balde zijn vuisten en haalde uit. Het was of Thon's zintuigen ook scherper waren geworden. Asgrad leek in slow motion te bewegen. Thon ontweek zijn vuisten makkelijk, greep hem bij zijn vest en trok hem naar zich toe, zodat zijn gezicht vlak bij het zijne was.
'Nu is het jouw beurt', fluisterde hij tussen zijn tanden door, terwijl hij zijn vuist balde en zijn arm terugtrok.
De stoot wierp Asgrad een aantal meter door de lucht en hij kwam hard op zijn rug terecht. Binnen een seconde was Thon bij hem en hij tilde hem met gemak van de grond en boven zijn hoofd. Met al zijn kracht wierp hij Asgrad door de ruimte. Asgrad maakte een korte vlucht, stuiterde tegen de wand en landde met een klap op de grond. Weer was Thon binnen een tel bij hem, greep hem met twee handen bij het leer van zijn vest en tilde hem omhoog, tot zijn voeten boven de grond bungelden. Asgrad keek Thon angstig aan. Een dun stroompje bloed liep uit zijn mondhoek en over zijn kin.
'Zeg maar dag', zei Thon en hij begon om zijn as te draaien.
Asgrad zwaaide rond en rond, sneller en sneller, tot Thon hem bijna niet meer kon houden. Hij wachtte tot het juiste moment en liet hem los. Het lichaam van Asgrad raakte de houten deur van de ruimte met zo'n geweld dat de deur versplinterde en houten stukken alle kanten op vlogen. Asgrad landde bewusteloos op de rand van het 137 etages diepe gat. Thon stapte naar buiten, liep op het bewusteloze lichaam van Asgrad af en duwde hem met zijn voet over de rand. Het lichaam viel, maar werd een paar tellen later door de luchtstroom omhoog geworpen naar de top van de toren. Thon was het doden zat. Asgrad verdween nu in het spel en zou straks net als alle anderen gewoon wakker worden in de echte wereld. Hij draaide zich om en liep weer naar binnen.
Eindelijk had hij tijd de ruimte eens wat beter te bekijken. Voor een kamer waar alle serververbindingen van het hele spel samen kwamen, was de ruimte verrassend leeg. Alleen uit de muur tegenover de deur stak een halve bol uit het steen met aan de bovenkant een uitsparing in de vorm van een hand. Thon liep ernaar toe en bekeek de bol. Het principe leek hem simpel genoeg. Hij bracht zijn hand naar de bol.
'Thon! Niet doen!'
Thon draaide zich om bij het horen van de bekende stem. Suzy stond achter hem, en achter haar Unteto. Ze keek hem smekend aan en haar schoonheid en de herinnering van zijn avond met haar deden zijn hart meteen weer sneller kloppen.
'Doe het alsjeblieft niet', zei ze.
Unteto deed een stap dichterbij.
'Wil je echt alles wat je hier hebt opgeven?' zei hij, 'waarvoor? Voor een zootje onbekenden die je alleen in de spelwereld zien staan, maar die je in de echte wereld straal voorbij zouden lopen? In dit spel ben je een God. Er is niemand die maar in de buurt komt van jouw kracht en ervaring en met mijn bevoegdheden als beheerder kan ik de dingen in het spel die je niet bevallen makkelijk aanpassen.'
'Je weet dat ik je wil Thon', zei Suzy, 'jij wilt mij toch ook? Je zou me toch niet verlaten nu we eindelijk samen kunnen zijn?'
'Je hoort het', zei Unteto, 'wat heeft de echte wereld je in vredesnaam meer te bieden dan dit? Wees eerlijk. Denk je dat je daar ooit een meisje als Suzy zou kunnen krijgen?'
'Je hebt gelijk Unteto', zei Thon. Hij sloeg zijn arm om Suzy, trok haar naar zich toe en drukte zijn lippen op de hare. Ze kuste hem hartstochtelijk terug. Na een tiental seconden stopte Thon en hij glimlachte naar haar. Hij kreeg een stralende glimlach van Suzy.
'Dank je wel', zei hij tegen haar, 'maar weet je wat het is?'
Vanuit zijn ooghoeken zag hij de triomfantelijke blik van Unteto's gezicht zakken.
'Het is allemaal maar een spelletje.'
Thon draaide zich vliegensvlug om en duwde zijn hand in de uitsparing op de bol.
Het effect was anders dan Thon had verwacht. Geen waarschuwingsschermen met een laatste ja/nee keuze. Geen loeiende sirenes of alarmlichten. Geen smeltende of wegvliegende pixels totdat de spelwereld totaal verdwenen was. Het ene moment was hij in het spel, het volgende opende hij zijn ogen in de capsule die in zijn kamer stond. Hij stapte uit de capsule en keek op de klok. Bijna een hele dag in echte tijd was hij in het spel geweest. Zijn maag gromde van de honger. Thon zette eerst het grote scherm aan dat aan een wand van de kamer hing en liep daarna door naar de keuken. Op het scherm berichtte een nieuwslezer dat er ontwikkelingen waren in het situatie rond het spel, maar dat de autoriteiten niet loslieten wat voor ontwikkelingen. Thon had wel een flauw vermoeden. Hij graaide een zak chips uit de kast, pakte een glas frisdrank en plofte op de bank voor het scherm. Hij zapte rond, maar op ieder kanaal was hetzelfde nieuwsbericht. Niks nieuws onder de zon. Hij vroeg zich af hoe snel alles uit zou komen. Hij gaapte. Nu hij zo op de bank zat voelde hij ineens hoe oververmoeid zijn lichaam was. Hij ging languit op de bank liggen, besloot nog even te wachten tot het einde van het nieuws, maar was binnen een paar seconden al diep in slaap.
Twee weken waren er voorbij sinds hij het spel had uitgezet. Het spel was sindsdien niet meer opgestart. Thon had aan één stuk door het nieuws gevolgd. Het eerste wat hij zag was de arrestatie van Unteto, dat in de echte wereld een iel, kaal onooglijk mannetje bleek te zijn, dat schril afstak tegen de grote politiemannen die hem geboeid afvoerden. Daarna kwam de discussie over de gevaren van het spel pas goed op gang en wat voorheen niet lukte, was nu ineens een stuk makkelijker: in de meeste landen werd het spel direct verboden. Er waren maar weinig spelers die protesteerden. De angst zat er bij iedereen goed in. Het was ongelooflijk hoe snel de wereld weer zijn normale ritme oppakte. Het enige dat Thon meer verbaasde was dat in de nieuwsberichten met geen woord werd gerept over zijn rol of de rol van Strever in het geheel. De deurbel rinkelde. Thon stond op, liep naar de deur en opende hem. Een man en een vrouw stonden in de hal buiten zijn appartement.
'Ja?'
'Thon?'
'Wie wil dat weten?'
'Ik ben Strever.'
Ze zaten met z'n drieën rond de tafel. Strever en het meisje dat hij had voorgesteld als Erissy op de bank. Thon had er een stoel bij gepakt.
'Ik zag Soktur', zei Thon, 'en was er eigenlijk van overtuigd dat je het niet had overleefd.'
'Ik ook', zei Strever, 'maar gelukkig is mijn vriendin een meester in reanimeren', en hij glimlachte even naar Erissy.
'Het is ongelooflijk dat je hier bent. Mag ik vragen waarom?' vroeg Thon.
'Omdat ik je persoonlijk wilde bedanken voor je hulp en omdat ik iets anders van je wil weten.'
'Oh?'
'Iedereen kent mijn rol in het stopzetten van het spel. Het is nog niet in de media geweest omdat mensen op hele hoge posities dat hebben tegengehouden, maar dat gaat binnenkort veranderen en dan ben ik ineens wereldnieuws. Tot nu toe heb ik gezegd dat een speler in het spel me geholpen heeft, maar dat ik zijn naam niet ken. Kijk, als ik je naam bekend maak, zal je de komende maanden in alle nieuwsuitzendingen, actualiteitenprogramma's en kranten staan. Van de ene dag op de andere beroemd. Je was het al in het spel, nu kun je het worden in de echte wereld. Ik weet alleen niet of je dat wilt.'
Thon stond op en liep naar zijn raam. Hij had tijd gehad om na te denken over wat hij had gedaan en hij was niet trots op zichzelf. De laatste slag had aan iedereen het leven gekost die over de speltijd heen was. Hij had op het nieuws gehoord over zeker honderd doden. Honderd doden, en allemaal op zijn geweten. Dan kon Strever mooi praten over gemaakte keuzes en eigen verantwoordelijkheid, maar daar had je weinig aan als je dood was. Hij keek naar buiten. Beneden op straat liepen voor het eerst sinds jaren weer hele groepen mensen langs in plaats van een enkeling die op weg was naar zijn capsule. De straten en parken waren weer gevuld sinds het spel offline was. Dat was de keerzijde van zijn acties in het spel. Wilde hij beroemd worden? Dat was natuurlijk de enige vraag die nog belangrijk was. Was een leven als onbekende in de schaduw niet aantrekkelijker? Hij draaide zich terug naar Strever.
'En?' vroeg deze.
Thon maakte een beslissing.
'Wat mij betreft is het leven ook een spel', zei Thon en grijnsde breed, 'en ik speel altijd om te winnen.'
Einde
Voorgaande delen: |1|2|3|4|5|6|7|8|9|10|11|12|13|14|15|16|17|18|19|20|21|22|23|24|
De Toren van Oneindige Hoogte: In de toren
07-04-2006 @ 12:00 posted by Xessive
Thon opende zijn ogen en keek naar de toren die tot in het oneindige de lucht in ging. Hij ging overeind zitten. Zijn hoofd tolde. Bij de Pyroquake had hij bijna al zijn energie verbruikt. Het was belangrijk dat hij die zo snel mogelijk zou aanvullen. Hij opende zijn vest, zocht even en trok een vijftal flesjes vloeistof tevoorschijn. Vijf flesjes was maar net genoeg om de helft van zijn energie weer aan te vullen. Thon schudde zijn hoofd. Hij had meer flesjes moeten kopen toen hij zijn voorraad aanvulde. Hij goot de inhoud van de flesjes in zijn mond en voelde de kracht in zijn spieren langzaam terugkomen. Met een kreun stond hij op en keek om zich heen. De Pyroquake had een enorme ravage aangericht. Overal lagen de verkoolde lijken van spelers. Thon zakte op zijn knieën bij één van de lijken en opende zijn vest. Hij vond een paar flesjes, maar de inhoud was verdampt door de hitte van het vuur. Dat schoot niet op. Hij zou het voorlopig met de helft van zijn kracht moeten doen. Veel meer zou hij waarschijnlijk ook niet nodig hebben, er was verder niemand meer over. Zelfs de groep van het Lauwersgilde had de Pyroquake niet overleefd. Gelukkig waren dat allemaal spelers van wie de speeltijd nog niet verstreken was. Zij waren inmiddels weer levend en wel in de echte wereld. Het werd tijd om de toren in te gaan, besloot Thon, maar nog voor hij een stap had gezet viel zijn oog op het lijk van Soktur. Verbijsterd liep hij ernaar toe. Het was duidelijk dat de speler die de speer vasthad niet degene was geweest die Soktur gedood had, wat betekende dat Strever op de speer gevallen moest zijn, of zichzelf op de speer gegooid moest hebben. Thon snapte er niets van. Waarom zou hij dat gedaan hebben? Voor zover hij wist liep Strever net zo veel gevaar als hij om gedood te worden in het spel. Misschien was Strever weer offline gegaan? Maar waarom was Soktur dan dood? Thon kreeg het nare vermoeden dat er iets vervelends met Strever was gebeurd. Strever kon hem in ieder geval niet meer helpen via Soktur. Wat had hij ook al weer gezegd? De vierde deur links vanaf de ingang? Ja, dat was het. Thon wierp een blik op de toren. Het werd ook tijd om naar binnen te gaan en het spel uit te zetten. Hoe sneller hoe beter. Wat er met Strever was gebeurd, was van later zorg. Hij liep naar de ingang.Thon stapte door de grote deuren de toren binnen. Een enorme ronde open ruimte strekte zich voor hem uit. Hij was een aantal keer in de toren geweest als hij een nieuw karakter nodig had, maar nog nooit op de begane grond. Hier waren geen deuren. Om de zoveel meter zat er een klein raampje in de stenen muur waar een stralen licht door naar binnen vielen, die rechthoekig lichte vlakken wierpen op de vloer. Slechts één stenen trap aan het einde van de grote ruimte leidde naar de eerste etage. Thon liep door naar het midden van de grote ruimte en keek omhoog. De ringen met deuren liepen door zover als het oog kon zien en hadden een duizeligmakend effect op hem. Hij zag een speler van één van de hoger gelegen ringen in het gat springen waar hij opgevangen werd door de luchtstroom en omhoog geworpen werd. Er kwamen dus nog steeds nieuwe karakters het spel in. Hij bleef even wachten, maar zag geen anderen meer. Via de toren kwamen alleen spelers binnen die een nieuw karakter moesten aanmaken, de rest begon gewoon waar ze hun karakter de voorgaande keer in het spel hadden achtergelaten. Er zouden nu dus bijna geen spelers meer via de toren binnen moeten komen. Het was tijd om naar boven te gaan. Hij nam de trap naar de eerste etage. Nog 136 te gaan. Thon vroeg zich af hoeveel er in de echte wereld inmiddels bekend was en of er iemand wist waar hij mee bezig was. Waarschijnlijk niet. Als hij Strever mocht geloven was de politie voorlopig druk met het uitzoeken van de moorden op de beheerders. Daarnaast ging de tijd in het spel veel sneller dan in de echte wereld. Voordat iemand met een concreet plan kwam, zouden er al dagen voorbij zijn in het spel. Nee, Strever had de situatie goed ingeschat en had bizar snel gereageerd. Thon hoopte dat hij in orde was. Hij had weer een nieuwe verdieping bereikt, liep naar de rand en keek naar beneden. Vijf etages. Vanaf nu was het verstandig om te gaan tellen. Het zou toch vervelend zijn etage 137 voorbij te lopen.
Thon stond hijgend bij de vierde deur van links op de 137ste etage. Wat een ongelooflijke hoeveelheid traptreden en hoe vreselijk vermoeiend. Hij was in één keer doorgelopen, maar dat had hem wel weer een deel van zijn energie gekost. Hij schatte dat hij nu nog maar op twintig procent van zijn originele kracht zat. Gelukkig was hij er. Nog een paar stappen en dan was het spel uit. Thon pakte de deurknop, opende de deur en stapte de ruimte in. De dreun wierp hem opzij en hij sloeg met een klap die de lucht uit longen perste tegen de zijwand van de ruimte. Thon kwam overeind en bleef even op één knie zitten, zijn hand op de grond ter ondersteuning. Met zijn andere hand wreef hij over zijn gezicht. Hij keek op en zag een oude bekende staan.
'Asgrad.'
Asgrad stapte met een grote grijns naar voren. 'De grote Thon!' zei hij minachtend, 'je kan je niet voorstellen hoeveel jaar ik op dit moment heb gewacht. Hoeveel jaar ik gewerkt heb om net zo sterk te worden als jij. Allemaal in het diepste geheim natuurlijk, zodat jij het niet zou merken. Zodat ik je zou kunnen verslaan op een moment dat het het hardst aan zou komen.'
Asgrad lachte een holle gevoelloze lach, 'net zo hard als jouw verraad jaren geleden. Daarom ben ik hier. Het is jouw beurt om te verliezen.'
Thon duwde zich, met de muur als steun, overeind, 'Asgrad. Weet je wel wat er aan de hand is? Unteto is een moordenaar en wil de macht in het spel. We moeten het spel uitzetten.'
'Ik weet precies wat er aan de hand is. Je bent dom geweest toen je een positie in het leger van Unteto afwees. Nu heb ik die gekregen en mijn eerste taak is het spel verlossen van jou.'
Thon duwde zichzelf van de muur weg en trok zijn zwaard, 'je kan het altijd proberen.'
'Wie probeer je voor de gek te houden?' zei Asgrad, 'je kunt nauwelijks op je benen staan.'
Asgrad had gelijk. Thon voelde zich beroerd. De klap die Asgrad hem zojuist had gegeven, had hem nog meer van zijn energie gekost, maar wat kon hij anders dan terugvechten?
Thon rechte zijn rug en nam een verdedigende houding aan, 'zoals ik al zei: je kan het altijd proberen.'
Asgrad stormde op hem af en zwaaide zijn zwaard. Thon bracht zijn eigen zwaard omhoog en ving de klap op. Het geluid van metaal op metaal weerkaatste van de stenen wanden in de ruimte. Thon was een meester met het zwaard en ondanks alle training waar Asgrad over opschepte, veel sneller. Hij draaide, dook en ontweek zoveel mogelijk aanvallen. De klappen die hij wel met zijn zwaard moest opvangen trilden door tot in zijn handen en armen. Zijn spieren raakten langzaam vermoeid. Asgrad had al zijn energie nog en was veel en veel sterker. Het was een kwestie van tijd voordat zijn laatste restjes energie verdwenen waren. Als hij nog iets wilde doen moest dat snel gebeuren. Thon deed een paar stappen terug om uit de buurt van Asgrad te komen en sloot beide handen om het heft van zijn zwaard. Het was een gevaarlijke tactiek, maar zijn laatste kans. Het kwam nog slechts neer op zijn jarenlange ervaring in het spel en zijn instincten. Thon schakelde zijn verstand uit, stapte weer terug en liet, zonder er bij na te denken, een regen van slagen op Asgrad los. Als Asgrad door de aanval brak, was het voorbij. Thon kon zich nu niet meer verdedigen. Zijn zwaard schoot met zo’n snelheid door de lucht dat het blad slechts een vage schim was. Links en rechts landde het blad op het lichaam van Asgrad en trok diepe scheuren in zijn vest. Hoewel Thon niet sterk genoeg meer was om Asgrad met een enkele klap te verwonden, strompelde deze terug onder de intensiteit van de aanval. De steek van een wesp kon niet doden, maar duizend steken wel en dat was waar Thon zijn hoop op vestigde terwijl hij zijn zwaard steeds sneller en sneller rond liet gaan. Kleine druppeltjes bloed vlogen door de lucht. Asgrad wist niet wat hem overkwam, wankelde, struikelde over zijn eigen voeten en viel languit naar achteren. Zijn zwaard kletterde uit zijn handen op de stenen vloer.
'Stop, stop! Genade', riep hij. Zijn handen voor zijn gezicht.
Thon staakte zijn aanval, maar hield de punt van zijn zwaard onder de kin van Asgrad, 'ik wil je niet doden. Er zijn al genoeg doden gevallen. Als je belooft dat je vertrekt, laat ik je gaan.'
'Ik beloof het', jammerde Asgrad.
Thon haalde zijn zwaard weg. Asgrad stond langzaam op en liep naar de deur.
Bij de deur draaide hij zich om en richtte zijn handen op Thon, 'weet je. Ik denk dat ik toch maar niet vertrek.'
Thon staarde verdwaasd naar Asgrad. Ondanks alles had hij verwacht dat Asgrad meer eergevoel zou hebben. Hij vervloekte zichzelf dat hij zich had laten misleiden door hem. 'Vuile lafaard', zei hij zachtjes.
'Misschien', zei Asgrad, 'maar wel een lafaard die gaat winnen.'
De black-out aanval die Asgrad op hem losliet zou nooit sterk genoeg geweest zijn om Thon te verslaan als hij op volle sterkte was geweest, maar nu beukten de schokgolven van de zwarte bol krakende elektriciteit die hem omsloot zijn laatste restje energie weg. Zijn zwaard werd te zwaar om nog vast te houden en het viel uit zijn handen op de grond. Zwarte vlekken dansten voor zijn ogen. Het enige wat hem nog overeind hield was zijn wilskracht. Hij zag Asgrad zijn zwaard van de grond oprapen en met een glimlach op hem afkomen. Thon was niet meer in staat iets te doen. Het was uitzichtloos. Alles was verloren.
Voorgaande delen: |1|2|3|4|5|6|7|8|9|10|11|12|13|14|15|16|17|18|19|20|21|22|23|
De Toren van Oneindige Hoogte: Doden
31-03-2006 @ 12:00 posted by Xessive
Thon stapte bruusk door de vechtende massa, op de voet gevolg door Strever. De enkeling die het na een blik op zijn gezicht nog in zijn hoofd haalde om aan te vallen, maakte meteen zijn laatste fout in het spel. Hij liep door tot hij zich ongeveer in het midden van het gevecht bevond.'Wat ben je van plan?' schreeuwde Strever boven het lawaai van de strijd om hen heen uit.
Thon negeerde hem, pakte zijn zwaard en drukte het met al zijn kracht door de tegels van het plein de grond in. Hij greep het heft met twee handen vast en sloot zijn ogen. Het blad van het zwaard kleurde in een tel zwart.
'Een Pyroquake?' riep Strever, 'dat is je plan? Waar ben je mee bezig man?'
Thon draaide zijn hoofd naar hem toe, 'sodemieter op Strever. Ik doe precies wat je wilt, dus nou moet je niet gaan lopen zeiken.'
'Dat doe je niet! Het belangrijkste is op dit moment het spel uitzetten en dat lukt niet als jij al het loodje legt voor je één stap in de toren hebt gezet.'
'Het interesseert me geen moer', Thon spuugde de woorden zowat, 'ik heb tot nu toe nog nooit een belangrijk gevecht verloren. Ik vecht op mijn eigen manier. Als je mijn hulp wilt zul je je daar bij moeten neerleggen en anders flikker je maar op.'
Strever zweeg. Thon had gelijk. Eerlijk gezegd had hij zelf ook geen idee hoe Thon het gevecht anders kon winnen, of hoe hij anders veilig de toren in zou komen. Hij had er alleen op gehoopt dat hij een minder riskante actie zou verzinnen.
'Thon! Voor het geval dat! Het is de vierde deur aan de linkerkant van de ingang op de 137e etage.'
'Duidelijk! En laat me nu met rust.'
Strever deed een stap terug. Gelukkig liep hij zelf geen gevaar. Soktur kon niet gedood worden door een actie van zijn meester. Ondanks de situatie was Strever gefascineerd. Hij wist dat een Pyroquake mogelijk was, maar had nog nooit iemand hem zien gebruiken. Hij twijfelde zelfs of iemand hem ooit gebruikt had. Thon had zijn ogen gesloten. Hij zou nu niet meer aanspreekbaar zijn. Alle energie, alle kracht en alle magie die hij bezat zouden naar de aanval gaan. Op deze afstand voelde Strever hoe de onmetelijke kracht zich opbouwde en concentreerde in Thon. De lucht om hem heen knetterde en trilde. Rondom stopten de spelers hun gevecht en draaide zich naar Thon, zich ineens bewust van een vijand die veel gevaarlijker was dan degene waar ze net tegen vochten. Stilte maakte zich meester van het plein tot alleen het geluid van de wind nog te horen was. Thon liet de opgebouwde energie los.
Het zwaard schokte en trilde onder de gigantische hoeveelheid energie die door het blad de grond in werd gepompt. Rond Thon drukte de vrijgekomen energie de stenen en tegels uit de grond. Schokgolven trokken over het plein. Spelers en een enkele Ferequus werden omhoog geworpen alsof ze niets wogen. Verder en verder dreunden de schokgolven in steeds breder wordende cirkels over het plein. Stukken grond spleten open en slokten hele groepen spelers op, om daarna weer te sluiten. Gebroken stukken tegels en aarde regenden op de lichamen van de lage level spelers die de eerste klappen niet hadden overleefd. Anderen krabbelden overeind, slechts om bij de volgende schok weer onderuit te gaan. Spelers vluchtten alle kanten op. Langzaam stopte de grond weer met trillen. De vluchtende spelers hielden stil en keken verbaasd om zich heen. Het ergste leek voorbij. Niets was minder waar. Uit de diepte, tussen de spleten van de gebroken grond kwam een rommelend geluid, dat harder en harder werd. De overal opspringende stomende geisers kondigden de komst aan van hitte. Half in paniek zetten de meeste spelers het weer op een rennen. De wereld veranderde in een vurige hel. Fonteinen van rood gloeiend lava spoten uit de grond. Ongelukkigen die er door getroffen werden strompelden brandend in het rond tot ze verkoold neervielen. Ondergrondse gasexplosies veroorzaakten voortspoedende wolken van tegelscherven die spelers aan stukken scheurden. Muren van vuur trokken links en recht over het plein en veraste iedereen op hun pad. Minutenlang schokte de grond en brandde het plein rond de toren. En ineens hield alles op. In het midden van het slagveld liet Thon zijn zwaard los en viel bewusteloos voorover.
Strever keek om zich heen. Als tussen de zwartgeblakerde resten van het plein nog iemand in leven was, zou dat een wonder zijn. Thon was bewusteloos, hij zou moeten wachten tot hij weer bij was voordat...
(Geef me mijn lichaam terug)
De stem kwam zo onverwacht dat Strever zich even gedesoriënteerd voelde en bijna onderuit ging.
'Soktur?'
(Geef me mijn lichaam terug!)
Soktur klonk al een stuk dwingender. 'Wat zou je ermee willen doen?'
(Dat weet je al.)
'Je meester doden.'
(Mijn meester doden.)
De pijnscheut die plots door Strever's hoofd schoot was bijna ondragelijk. Hij voelde meteen hoe de geest van Soktur naar de voorgrond kwam en zijn eigen geest wegdrukte. Het lichaam van Soktur reageerde niet meer op hem. Strever vocht terug en wist de controle weer terug te krijgen.
(Hoe lang denk je dat je dit volhoudt?)
Niet lang. Dat wist Strever ook. Helemaal niet lang. Soktur's geest was veel te sterk voor hem. Hij had maanden eerder onderzoek moeten doen naar de gevolgen van emoties onder de assistenten. Daar was het nu te laat voor. Hij wierp een blik op het bewusteloze lichaam van Thon. Als Soktur de macht over zijn lichaam kreeg was het slechts een kwestie van een wapen vinden en Thon was er geweest en dan had Unteto vrij spel. De nieuwe pijnscheut voelde als een koud mes in zijn hersenen. Strever schreeuwde van de pijn. Weer kwam de geest van Soktur naar voren, maar met zijn laatste restje kracht wist Strever de geest van Soktur nog een keer weg te duwen. De volgende keer zou hij het niet meer redden.
(Geef het op.)
Strever keek om zich heen. Op een paar meter afstand lag het lijk van één van de spelers. Hij had nog zijn zwaard vast. Het stak schuin de lucht in. Hij had geen keuze. Als Soktur zijn geest versloeg was hij er ook geweest.
'Val dood Soktur', zei Strever en dook met zijn borst naar voren boven op het zwaard.
In zijn hoofd gilde Soktur van woede. Het zwaard spietste het bovenlijf van Soktur precies op de plek waar zijn hart zat. Het deed verrassend weinig pijn. Strever staarde naar het lijk onder hem terwijl zijn ademhaling stokte. Thon stond er nu alleen voor. Zijn laatste gedachte was bij Erissy en het feit dat hij zijn belofte iets samen te gaan doen niet zou kunnen nakomen.
In de kelder van het hoofdkantoor begonnen op de capsule waarschuwingslampjes te knipperen en schoot de deur open. Het lichaam van Strever zakte levenloos op de grond.
Voorgaande delen: |1|2|3|4|5|6|7|8|9|10|11|12|13|14|15|16|17|18|19|20|21|22|
De Toren van Oneindige Hoogte: Keuzes
24-03-2006 @ 12:00 posted by Xessive
'Weet je wel wat je doet?'Erissy stond met een moeilijk gezicht en haar armen over elkaar op een respectabele afstand naar Strever te kijken, die op zijn rug onder de capsule lag. Naast hem lag de metalen plaat die voor het gat zat waar hij nu aan wat draadjes lag te trekken.
'Ik heb eigenlijk geen idee', zei Strever, 'maar voorlopig zijn jij en ik de enige die de capsule weer aan het werk kunnen krijgen en ik zie jou weinig doen. Iedere tien minuten hier is twee uur in het spel. Ik moet zo snel mogelijk weer online.'
'Ik kom niet in de buurt', zei Erissy, 'dan kan het alleen maar erger worden.'
'Of je geeft er nog een paar schoppen tegen.Dat werkte met de lift ook goed.'
Erissy bewoog geen millimeter. Ze had niet het idee dat dit probleem met een paar stevige schoppen te verhelpen was.
'Strever?'
'Wat?'
'Ik zou je nooit iets aangedaan hebben.'
'Dat vermoeden had ik al. Hoewel je me wel even aan het twijfelen had. Bij welke actiegroep hoor je?'
'De Zwarte Dageraad.'
'Zo zo. Wel een van de grotere', zei Strever, 'komt die naam nog ergens vandaan of vonden de oprichters hem gewoon stoer klinken?'
'Je hoeft niet zo denigrerend te doen', zei Erissy geïrriteerd, 'je ziet nu zelf hoe gevaarlijk het spel kan zijn.'
'Dat is nou meteen jullie grootste probleem', zei Strever, 'het spel is helemaal niet gevaarlijk, het zijn de mensen die het spel gebruiken. Denk je nou echt dat een figuur als Unteto alleen in het spel een hufter is?'
'Ik weet zeker', zei Erissy venijnig, 'dat Unteto zonder het spel nooit de kans zou hebben gehad om zo machtig te worden.'
Strever was even stil, 'misschien heb je ook wel gelijk en zouden er strengere regels moeten komen. Ook vanuit het spel zelf, maar daar kan ik nu niets aan doen.'
'Waarom probeert Unteto eigenlijk alle gilden aan zijn kant te krijgen?' vroeg Erissy om het onderwerp van het gesprek te veranderen. Ze had geen zin om nu met Strever te discussiëren. Dat kon altijd later nog.
'Unteto heeft spelers nodig die voor hem vechten', zei Strever, 'als beheerder kan hij in het spel niet doden en die regels zijn zo geprogrammeerd dat ze zelfs voor hem niet te omzeilen zijn. Hij kan natuurlijk als speler het spel in, maar dan is hij zelf kwetsbaar en zou hij gedood kunnen worden. Niet makkelijk, want hij kan als full level speler het spel in, maar ik vermoed dat hij dat risico niet wil lopen.'
'Maar waarom doet hij dit allemaal?'
'Kan je dat niet bedenken?' zei Strever, 'denk je eens in dat er op dit moment landen zijn op de wereld waarvan een groot gedeelte van de bevolking online is. Unteto heeft die landen in zijn macht. Hij is de grootste ontvoerder ooit. Hij kan een land uitzoeken en losgeld vragen om hun inwoners vrij te laten en de meeste landen zullen betalen. Wat moeten ze anders? Ze kunnen de bevolking moeilijk laten creperen in hun capsules. Het lichaam van een speler heeft ook voedsel nodig. Aha! Hier zie ik wat.'
'Wat?' vroeg Erissy.
'Een doorgebrand draadje. Wacht. Ik trek even wat plastic eraf en dan draai ik de punten aan elkaar.'
De capsule kwam weer tot leven en Strever kroop eronder vandaan. Hij veegde zijn handen af aan zijn shirt.
'Het is maar te hopen dat de capsule het lang genoeg volhoudt zodat ik Thon kan vertellen welke deur hij moet hebben in de toren. Ik ga weer het spel in.'
Strever stapte de capsule in en ging zitten.
Erissy liep naar het controlepaneel, 'Strever?'
'Ja?'
'Als dit allemaal voorbij is, zullen we dan een keer samen wat doen?'
Strever glimlachte, 'natuurlijk. Maak je geen zorgen. Ik ben niet van plan om mezelf in gevaar te brengen.'
'Ik hoop alleen dat Soktur niet al te moeilijk doet', dacht hij erachteraan.
Strever had zich voorbereid om midden in een gevecht terecht te komen, maar de chaos waar hij in verscheen was buiten alle verwachting. Hij schakelde zijn hulpmodus voor gevechten in, zodat alleen Thon hem kon zien. Het zou niet zo goed met hem aflopen als een van de spelers Soktur zou raken. Dat hij onzichtbaar was voor de spelers betekende niet dat hij niet geraakt kon worden door een voorbij scherend zwaard of een vliegende bijl. Het was oppassen geblazen. Zijn ogen speurden naar Thon en vonden hem op een Ferequus in de buurt van de ingang van de toren, maar er leek iets mis. Thon verdedigde zichzelf alleen maar tegen de aanvallen van de tientallen spelers die zich om hem heen verzameld hadden. Zijn snelheid was ongelooflijk en hij draaide zijn Ferequus naar links en naar rechts en ving de klappen één voor één op, maar hij vocht niet terug. Strever moest zorgen dat hij bij hem kwam. Alleen zo kon hij erachter komen wat er aan de hand was. Hij ademde een paar keer diep in en rende met zijn hoofd naar beneden het gevecht in. Hoewel de groep van Legius duidelijk in de minderheid was, hadden ze allemaal hogere levels dan de spelers waar ze door aangevallen werden. Daarnaast zaten de meeste nog op hun Ferequus. Hoewel een paar ervan af waren gevallen en het gevecht op de grond verder voerden. De strijd was in ieder geval nog lang niet beslist. Strever dook meerdere malen onder voorbij zwaaiende zwaarden door, ontweek een voorbij schietende vuurbal en zag net op tijd de razende Ferequus zonder berijder die als een bezetene door groepen spelers heen ploegde, waarbij hij zorgvuldig zijn zware ijzeren hoeven op schedels, en uitstekende benen en armen liet komen. De meeste spelers stonden daarna niet meer op.
Strever had Thon bereikt en sprong achterop de Ferequus.
'Waar ben je mee bezig?' schreeuwde hij boven het kabaal van de strijd uit.
Thon wierp een korte blik over zijn schouder, 'dit zijn allemaal spelers. Wat als hun speeltijd er al op zit? Dan dood ik ze!'
'Wat denk je dat zij willen? Denk je dat Unteto deze spelers heeft uitgezocht omdat ze een seconde zullen aarzelen als ze de kans hebben om je te doden? Nee toch?'
'Maar...'
'Luister Thon. Het is heel simpel. Het leven van miljoenen spelers loopt op dit moment gevaar en iedereen weet dat zo langzamerhand. Zeker iedereen hier en ze nemen het voor lief. Zij hebben hun keuze gemaakt en zullen ermee moeten leren leven.'
'Of sterven', zei Thon.
'Dat ook', ze Strever, 'zoals ik al zei. Zij hebben hun keuze gemaakt.'
'Nee!' riep Thon, 'dat wil ik niet op mijn geweten hebben. Als ik de ingang zonder doden kan bereiken kan ik ook de toren in.'
'Zeg dat maar tegen hem,' zei Strever.
Thon volgde de wijzende vinger van Strever en zag nog net hoe Gelvezon van zijn Ferequus werd getrokken. Hij schreeuwde. Thon was Gelvezon helemaal vergeten. Ondanks de korte tijd dat hij hem kende mocht Thon hem al enorm graag. Hij had nooit moeten toestaan dat Gelvezon meevocht nadat hij erachter was gekomen dat zijn speeltijd er al op zat. Thon loodste zijn Ferequus door de vechtende massa terwijl hij ondertussen de aanvallen ontweek of afweerde. Op de plek waar Gelvezon was gevallen sprong hij van zijn Ferequus en hakte meedogenloos in op de spelers die om hem heen stonden, tot ze op de vlucht sloegen. Hij bereikte Gelvezon en zakte naast hem op de grond. Het heft van een mes stak uit zijn borst. Bloed sijpelde door zijn leren vest.
Gelvezon's ogen vonden die van Thon en hij glimlachte, 'het was een eer om met jou te mogen vechten.'
Zijn hoofd viel opzij, de ogen leeg en levenloos. Thon stond verdwaasd op. Zijn lichaam voelde koud van woede. Strever had gelijk. De spelers hier hadden hun keuze gemaakt. En nu gingen ze daar voor boeten
Voorgaande delen: |1|2|3|4|5|6|7|8|9|10|11|12|13|14|15|16|17|18|19|20|21|
De Toren van Oneindige Hoogte: Naar de Toren
17-03-2006 @ 12:00 posted by Xessive
In de stilte van de nacht weerkaatste het geluid van de hoeven van de twintig Ferequus van de gebouwen in de smalle straat. De groep was net vertrokken en moest nog een groot gedeelte door Sierward-Ages. Thon had de leiding gekregen van Legius en reed voorop. Hij maakte zich licht zorgen om Strever. Hij had Soktur opgeroepen en die was verschenen als zichzelf. Thon nam aan dat Strever wel weer terug zou komen, maar vond het wel raar dat hij verder niet had gemeld dat hij weer het spel uit zou gaan. Thon besloot zich er niet langer druk om te maken. Hij was in ieder geval blij verrast geweest met de Ferequus. Hij had het niet zo op vervoermiddelen in het spel en was van mening dat je door alles op eigen kracht te doen en zo min mogelijk hulpmiddelen te gebruiken het verst kwam. In dit geval maakte hij echter graag een uitzondering. Aan een Ferequus was nauwelijks te komen en het feit dat het Lauwersgilde de beschikking had over een hele kudde van deze beesten was bijna ongelooflijk te noemen. Een Ferequus was een paard, maar dan een zoals je je in je wildste nachtmerries niet kon voorstellen. Met een schofthoogte van meer dan twee meter torende het beest boven je uit en als je erop zat leek het of de grond erg ver weg was, maar dat was niet het meest indrukwekkende. Dat het leek alsof het dier van flexibel metaal gemaakt was wel. De metalen huid van de Ferequus waar Thon op zat voelde koud aan en weerkaatste de zwarte sterrenhemel boven hem als een spiegel. Het dier zou van pas komen als er gevochten moest worden. De huid was nagenoeg ondoordringbaar. Zwaarden, bijlen en messen ketsen er zonder meer op af. Het enige zwakke punt van een Ferequus was dat je eraf kon vallen. En de training. Voordat je er een handtam had, was je zeker wel een jaar verder. Het Lauwersgilde had goed haar best gedaan.Thon stuurde zijn Ferequus de straat in die zou leiden naar het torenplein. Deze straat was breder zodat ze nu met meer naast elkaar konden rijden. De speler die achter Thon had gereden kwam naast hem rijden. Thon wierp een blik opzij en zag dat de speler hem aandachtig bekeek, 'wat?'
'Jij bent Thon,' zei de speler, die duidelijk onder de indruk was, 'de sterkste speler in het spel.'
'En jij bent?' vroeg Thon.
'Gelvezon.'
'Ik bedoel je echte naam', zei Thon, 'mijn karakter heet eigenlijk Issaphaus, maar daar is iedereen de laatste uren verbazingwekkend makkelijk vanaf gestapt.'
'Oh. Dat is Rens, maar ik vind Gelvezon leuker.'
'Dan houden we het maar op Gelvezon,' zei Thon.
'Het is ongelooflijk. Ik had niet verwacht dat ik je ooit zou tegenkomen.'
'Waarom zou je mij in vredesnaam willen tegenkomen?'
'Jemig, man. Ik en nog wat spelers volgen je vorderingen al jaren. Je bent het voorbeeld dat je echt heel ver kunt komen in het spel, dat als je maar lang genoeg doorzet je het allerhoogste level kunt halen. Je zou bijna kunnen zeggen dat je een kleine fanclub hebt.'
'Een wat?'
'Een fanclub', zei Gelvezon met een verlegen glimlach, 'hoewel we wel gelachen hebben toen we hoorden dat je karakter Kelkele in de navel van de reus was doodgegaan.'
'Och, ik heb er uiteindelijk zelf ook om gelachen. Maar een fanclub dus', grinnikte Thon, 'en hoe groot is die fanclub?'
Gelvezon praatte honderduit. Over de missies die hij had gedaan, de gevechten die hij had gewonnen en soms verloren, de gezellige tijden die hij had gehad in de kroegen van Sierward-Ages. Af en toe vertelde Thon zelf ook een anekdote en dan luisterde Gelvezon ademloos. Thon had het vermoeden dat hij in de echte wereld nog maar jong was en was best onder de indruk van het feit dat Gelvezon nu al zo krachtig was. Over een aantal jaar zou hij een geduchte tegenstander kunnen worden. De gesprekken deden hem goed. Hij had al jaren niet meer echt met een andere speler gesproken en vroeg zich ineens af of het niet toch leuker zou zijn om zich aan te sluiten bij een gilde. Het Lauwersgilde lag hem wel. Misschien voor een tijdje. Als alles achter de rug was, en als ze hem wilden hebben natuurlijk.
Inmiddels hadden ze de rand van Sierward-Ages bereikt en Thon en Gelvezon staakten hun gesprek. Het was altijd indrukwekkend om op het punt te staan waar de grote bogen begonnen die het Torenplein markeerden en ze namen even de tijd om te genieten van het uitzicht. De toren in het midden van het enorme plein brak door de wolken en liep door tot in het oneindige, of zo leek het in ieder geval, zo wist Thon nu. Vanaf dit punt was het nog vijf kilometer tot aan de toren.
'Is iedereen er?' riep Thon naar de spelers.
Bevestigende geluiden klonken uit de groep.
'Dan gaan we nu in vol tempo richting de toren.'
Er was nog iets waar de Ferequus goed in waren. Thon gaf het dier de sporen en het lanceerde zichzelf zowat. Met twee handen greep hij zich nog wat steviger vast aan de teugels. Sneller en sneller ging de Ferequus, tot de omgeving nog maar een waas was en het door het geluid en de trilling van de ijzeren hoeven op de harde stenen tegels van het plein leek alsof Thon's tanden uit zijn mond rammelden. Thon ging voorover hangen om de luchtweerstand wat te verminderen. Hij had het gevoel anders uit het zadel gedrukt te worden. De ervaring was zo vreselijk geweldig dat hij hoopte dat hij straks de grijns nog van zijn gezicht kon krijgen.
De toren kwam rap dichterbij. Voor zo ver als hij kon kijken was het torenplein helemaal leeg. Vreemd, want Thon had verwacht hele groepen spelers tegen te komen die de kant van Unteto hadden gekozen. Op honderd meter afstand van de toren hield hij in. De ingang was al duidelijk te zien. De grote houten deuren die zeker wel twintig meter hoog waren stonden open. Boven aan de stenen trap zag Thon een speler staan. Alleen. Zijn armen over elkaar. Thon gebaarde naar de groep dat ze verder gingen. Gelvezon kwam weer naast hem rijden.
'Thon?'
'Ja?'
'Kun je een geheim bewaren?' vroeg Gelvezon, 'je moet echt beloven dat het geen consequenties heeft als ik het vertel.'
'Kom maar op.'
'Ik ben eigenlijk al 14 uur online', fluisterde hij.
'Wat?' riep Thon, 'ben je niet goed wijs?'
'Ssstttt', zei Gelvezon met een blik op de andere spelers die in de gaten kregen dat er iets aan de hand was, 'je had het beloofd.'
'Ja…dat weet ik wel, maar dan nog. Heb je enig idee hoe gevaarlijk deze missie is?'
'Jou speeltijd is ook verstreken', zei Gelvezon verongelijkt.
'Ik ben level 96. Wat ben jij, rond de 60? Dat is sterk. Heel sterk zelfs, maar niet genoeg voor wat we nu gaan doen.'
'Er zijn hier genoeg spelers met een lager level.'
'Ja, maar als die gedood worden, worden ze gewoon wakker in de echte wereld.'
De toren was vlakbij. Hij had hier nu geen tijd voor.
'We hebben het hier nog over', zei Thon tegen Gelvezon, 'maar wat mij betreft ga je zo snel mogelijk terug en dan nog iets...'
Thon rukte ineens aan de teugels van zijn Ferequus, die over de gladde stenen van het plein met slippende hoeven tot stilstand kwam. De speler op de trap was nu dichtbij genoeg zodat Thon zijn gezicht kon zien.
'Hè? Hoe is dat in hemelsnaam mogelijk? Asgrad?'
Asgrad grijnsde breed en strekte zijn armen uit. 'Recht in de val!' bulderde zijn stem.
Om Thon en zijn groep verscheen een heel leger. Zeker tweehonderd man.
'Een onzichtbaarheidsspreuk', zei Thon zachtjes, 'een simpele onzichtbaarheidsspreuk. Hoe kan ik zo dom zijn geweest?'
Op de trap klonk de stem van Asgrad, 'MANNEN! MAAK ZE AF!'
Thon trok zijn zwaard en zette zich schrap.
Voorgaande delen: |1|2|3|4|5|6|7|8|9|10|11|12|13|14|15|16|17|18|19|20|
De Toren van Oneindige Hoogte: Bondgenoten (2)
10-03-2006 @ 12:00 posted by Xessive
'Dat snap ik niet', zei Thon. 'Wat valt er nou niet aan te snappen?' zei Strever geïrriteerd, 'de toren is niet oneindig hoog. In de etages 115 tot 137 zit een loop. Dus de bovenste etage is etage 137.'
Strever, die nog steeds in het lichaam van Soktur zat, zat samen met Thon en Legius rond de tafel.
'Dus als ik van etage 137 de trap naar boven zou nemen...' zei Thon.
'Dan kom je uit op etage 115', zei Strever.
'Aha. En op die bovenste etage kunnen we Unteto verslaan?'
'Zo ongeveer', zei Strever, 'achter één van de deuren op die etage zit de uitknop van het hele spel.'
Strever keek naar de glazige blikken in de ogen van Legius en Thon, 'kijk, Toen het spel te groot werd en moest gaan draaien op honderden servers leek het de makers verstandig om een noodsysteem te bouwen. Het is niet mogelijk om de servers in de echte wereld uit te zetten omdat spelers die op dat moment online zijn via die server de kans lopen de verbinding met hun eigen lichaam te verliezen, wat zoals jullie weten kan resulteren in de dood. De makers hebben daarom alle servers via een online link in het spel met elkaar verbonden. Mocht één server uitvallen dan worden alle verbindingen van die server automatisch overgenomen door een andere server. Een speler zou niet eens merken dat hij via een andere server verbonden is. Een bijkomend voordeel van die online link is dat hij ook te gebruiken is als noodstop. Stel dat ineens alle servers uit zouden vallen dan pauzeert het systeem het spel. In die pauzestand zullen spelers binnen enkele minuten in de echte wereld ontwaken en kan de verbinding zonder gevaar verbroken worden. Deze online link loopt via een programma dat draait achter één van de deuren op de 137e etage. Als we die ruimte kunnen bereiken kunnen we het spel stopzetten.'
'En hoeveel mensen weten hiervan?' vroeg Legius.
'In ieder geval alle beheerders', zei Strever.
'Dus Unteto ook.'
Strever knikte.
'Dan mogen we ervan uitgaan dat Unteto de toren zwaar zal laten bewaken', zei Thon.
'Ik zou niet anders van hem verwachten.'
'Heb je dan ook nog briljante ideeën hoe we daar binnen moeten komen?'
'Met getrokken zwaard zou ik zo denken', zei Strever.
'Ik kan jullie helpen', zei Legius, 'geef me even een halfuurtje om alles op te zetten.'
De algemene vergaderruimte in het pand van het Lauwersgilde was afgeladen met spelers. Strever zat met Thon en verschillende andere leiders van het gilde aan een lange tafel die was geplaatst op een verhoging. Hij zag dat een aantal spelers met een mengeling van verwondering en afschuw naar hem keken. Soktur was geen prettige verschijning. Legius stond naast hem en sloeg met zijn hand een aantal keer op de tafel om de iedereen in de ruimte tot stilte te manen en begon toen hij zag dat hij ieders aandacht had.
'Ik denk dat iedereen zo langzamerhand wel weet wat er aan de hand is, maar ik zal het nog even kort vertellen. Eén van de beheerders van het spel, Unteto, is doorgedraaid en probeert de macht in de spelwereld te grijpen. Naar zijn motieven kan op dit moment alleen gegist worden.'
Strever had een heel goed idee wat Unteto van plan was, maar was niet bereid dit met Legius of Thon te delen. Voorlopig wisten ze meer dan voldoende.
'Voor de spelers', ging Legius door, 'houdt het in ieder geval in dat als je eenmaal online bent, het niet meer mogelijk is offline te gaan. Verschillende gilden zijn al benaderd en ingelijfd in het leger van Unteto, maar ik heb namens het Lauwersgilde geweigerd.'
In de ruimte klonk een kortstondig gejuich. Het was duidelijk dat de leden van het Lauwersgilde het met de beslissing van hun leider eens waren.
'Geweigerd met bijna fatale gevolgen', zei Legius, 'laat dat duidelijk zijn. Het is dat Thon na advies van zijn assistent besloot om zich tegen Unteto te keren, anders was ik hier niet meer geweest. Thon is bereid om de strijd aan te gaan met Unteto en ik heb beloofd dat het Lauwersgilde zal helpen waar mogelijk. Daarom zou ik graag iedereen van wie de speeltijd nog niet voorbij is willen oproepen om zo meteen in deze ruimte achter te blijven. Als je speeltijd al verstreken is mag je niet blijven. Het verliezen van een gevecht buiten de speeltijd zal onherroepelijk leiden tot je dood en dat willen wij niet op ons geweten hebben.'
Legius ging zitten achter de tafel, 'zijn er vragen?'
Wie ben je?
Strever had geen idee waar de stem vandaan was gekomen en keek verbaasd om zich heen. Legius had zo goed als mogelijk geprobeerd alle vragen te beantwoorden en de spelers verlieten langzaam de vergaderruimte. Sommigen bleven hangen. Hij schatte dat er ongeveer twintig spelers zouden achterblijven en hoopte dat het genoeg zou zijn om de legers, die Unteto ongetwijfeld om de toren had gestationeerd, weerstand te kunnen bieden.
Wie ben je?
Strever keek opzij naar Thon.
'Wat?' zei deze.
'Zei jij net iets?'
'Ik zei helemaal niets.'
Strever stond op, 'ik ben even naar buiten.'
In de straat waar het Lauwersgilde zat was het rustig. Een paar spelers stonden te praten. Strever negeerde ze en wandelde een stukje de straat in. Er was iets vreemds aan de hand en hij wist waarschijnlijk wat.
'Soktur?' dacht hij.
Ja. Ik ben Soktur. Wie ben jij?
'Ik ben een beheerder in het spel. Ik gebruik tijdelijk je karakter om in het spel te kunnen.'
Waarom mijn karakter?
'Omdat je de assistent bent van Thon en ik hem moest bereiken.'
Thon is een vervelende speler.
'Sorry? Een vervelende speler? Dat zijn gedachten die niet echt bij een assistent passen.'
Thon is een vuillak en ik wil zijn assistent niet zijn.
'Daar heb je helaas weinig keuze in.'
Ik heb keuzes.Ik heb keuzes zat!
'Oh ja? Wat zou je dan willen doen?'
(...)
'Soktur? Wat zou je willen doen?'
Doden. Ik wil mijn meester doden!
Strever knipperde een paar keer met zijn ogen. Erissy stond buiten de capsule en keek bezorgd naar hem. In de capsule hing de geur van gesmolten plastic. Hij was weer terug in de echte wereld.
Voorgaande delen: |1|2|3|4|5|6|7|8|9|10|11|12|13|14|15|16|17|18|19|
De Toren van Oneindige Hoogte: Bondgenoten
03-03-2006 @ 12:00 posted by Xessive
'STOP!'Thon sloeg zijn ogen op. Zijn assistent Soktur was recht tegenover hem verschenen en stond wild te gebaren. Thon liet zijn zwaard zakken. Onder hem slaakte Legius een zucht van verlichting. Het was heel vreemd dat een assistent inbrak in een gevecht en Thon werd er niet vrolijker van.
'Ik neem aan dat je een verdomd goede reden hebt om te dit gevecht te stoppen', zei hij tegen Soktur.
'Als je Legius doodt in het spel dood je hem ook in de echte wereld', zei Soktur, 'is die reden goed genoeg?'.
'Klets niet! Wat een onzin', Thon lachte kort, 'ik snap niet waarom je zoiets zou verzinnen.'
'Hoe lang ben al in het spel?' vroeg Soktur.
Thon's ogen vernauwden zich. Hij vroeg zich hetzelfde al een paar uur af. Na het gevecht met Unteto was hij even buiten kennis geweest, dus hij kon het niet zeker weten. Hij ging ervan uit dat de capsule hem tijdig zou wekken.
'De capsules werken niet meer', zei Soktur alsof hij zijn gedachte las, 'je bent in aardse tijd al meer dan achttien uur online.'
'Achttien uur?' riep Thon verbaasd uit.
'Legius is zelfs al meer dan 20 uur online', zei Soktur.
Thon keek naar Legius die inmiddels was opgestaan en tegen de tafel aangeleund stond, 'maar dat betekent...'
'Inderdaad', zei Soktur, 'dat betekent dat je op het punt stond om iemand te vermoorden.'
Thon trok wit weg, 'Jezus...'
'Je wist het echt niet?' vroeg Legius.
Thon schudde zijn hoofd, 'ik speel het spel en ik speel het spel hard, maar hieraan zou ik nooit meewerken. Waarom vertelde Unteto dat niet? En hoe weet jij dit allemaal?' vroeg hij aan Soktur.
'Omdat ik Soktur niet ben. Ik ben een beheerder in het spel en gebruik je assistent alleen om je te waarschuwen en om je hulp te vragen.'
'Beheerder?' vroeg Thon, 'waarom kom je niet gewoon het spel in dan?'
'Omdat Unteto in de echte wereld bijna alle beheerders heeft afgemaakt en ervoor gezorgd heeft dat de beheerdersservers niet meer te gebruiken zijn.'
Thon probeerde alle informatie een plaats te geven in zijn hoofd, maar slaagde er maar half in.
'Wacht even, wacht even. Wat je me vertelt is dat Unteto de beheerdersservers onklaar heeft gemaakt, ervoor gezorgd heeft dat spelers niet meer uit het spel kunnen en ondertussen ook nog de tijd heeft gevonden om aanslagen voor te bereiden op andere beheerders?'
'Ik kan mij ook niet voorstellen dat hij dat allemaal alleen heeft gedaan', zei Soktur, 'ik denk dat hij hulp heeft gehad, maar dat is van later zorg. Ik moet er nu eerst voor zorgen dat alle spelers veilig offline komen.'
'En hoe wilde je dat voor elkaar krijgen?' zei Thon.
'Ik hoop met jouw hulp.'
De deur van de kamer vloog open en Unteto kwam binnenlopen. Zijn blik ging van de nog levende Legius naar Thon en door naar Soktur.
'Ik dacht dat je ondertussen wel klaar zou zijn, maar ik geloof dat ik mij vergist heb. Wat is hier aan de hand?'
'Ik heb wat verhalen over je gehoord', zei Thon.
'Je moet niet altijd alles geloven wat iedereen verteld. Zeker niet als ze verteld worden door leiders van grote gilden.'
'Oh, maar het was niet Legius die het mij vertelde.'
'Niet Legius?' zei Unteto, 'wie dan?'
'Hallo Unteto. Ben je lekker bezig?'
Unteto gaf Soktur een bedenkelijke blik, 'Strever?'
'Bingo!' zei Strever.
'Ik had het kunnen weten. De oude assistentenserver zeker? Hoe vond je de beveiliging van de beheerdersserver eigenlijk?'
'Enerverend,' zei Strever, 'goed voor de conditie.'
'En de aanslag?'
'Ik was toevallig net buiten.'
'Jij hebt ook altijd mazzel, maar ergens ben ik wel blij. Je bent een van de weinigen waar ik niet echt een bloedhekel aan heb.'
'Altijd fijn om te horen.'
Unteto richtte zich weer tot Thon, 'en nu mijn ex-partner je zo goed op de hoogte heeft gebracht van wat er aan de hand is heb je zeker wel een keuze gemaakt aan wiens kant je staat?'
'Ik ben geen moordenaar', zei Thon.
'Natuurlijk ben je een moordenaar', zei Unteto, 'of vergeet je soms Asgrad en de zijnen?'
'Dat was anders. Dat was in het spel. De speler die Asgrad als karakter had bleef na de aanslag in de echte wereld gewoon in leven.'
'Dacht je dat? Jongen, je hebt geen idee hoeveel schade je toen hebt aangericht, maar daar zal je nog wel achter komen. Ik geef je nog een laatste kans. Sluit je bij me aan en ik maak een God van je, keer je tegen me en het zal je berouwen dat je me ooit hebt ontmoet.'
'Ik ben geen moordenaar', herhaalde Thon.
'Dan heb ik je toch verkeerd ingeschat. Sodemieter maar op dan. Zo heb ik niks aan je.'
'Ik weet wat je van plan bent Unteto', zei Strever, 'en we zullen je stoppen.'
'Je kan het in ieder geval proberen', zei Unteto, 'de helft van alle gilden staan zelfs zonder dreigementen al aan mijn kant. Zodra Thon hier het pand uitloopt is hij direct de meest opgejaagde speler uit het spel. Daar zorg ik wel voor, maar genoeg gekletst. Ik moet ervandoor. Ik zie jullie nog wel. Dood of levend.'
Unteto's lichaam flikkerde kort en verdween in het niets.
Thon keek naar Strever en grijnsde, 'eindelijk weer eens een uitdaging. Wat gaan we doen om die blaaskaak te stoppen?'
'Wat we gaan doen?' zei Strever, 'we gaan naar de bovenste etage van de Toren van Oneindige hoogte.'
Voorgaande delen: |1|2|3|4|5|6|7|8|9|10|11|12|13|14|15|16|17|18|
De Toren van Oneindige Hoogte: Online
24-02-2006 @ 12:00 posted by Xessive
'Strever! De bollen openen zich!''Kut, kut, kut, kut...', was het enige wat Strever uit kon brengen terwijl hij op de knop van de deur bleef drukken. Als de lift niet snel dicht ging, waren ze er alsnog geweest.
Erissy keek van de bollen naar het bedieningspaneel van de lift en weer terug en ergens in haar hoofd ging er een knop om. De blik in haar ogen veranderde in een tel van paniek in woede.
'Gore klotelift!' schreeuwde ze. Strever stopte met op de knop duwen en keek verbaasd om.
'Gore klotelift!' schreeuwde Erissy weer en schopte een keer hard tegen het paneel, 'sluit die klotedeur!', weer gaf ze een schop tegen het paneel, 'sluit die klotedeur of ik sloop je finaal uit elkaar!'
De volgende schop was zo hard dat de lift ratelde tegen de muren van de schacht. De deuren klapten dicht en de lift schoot omhoog. Onder hen klonk het steeds zachter wordende geluid van kogels die de metalen buitenste deuren van de lift aan flarden scheurden.
Strever keek vol bewondering naar Erissy die nog met een verbeten gezicht naar het bedieningspaneel stond te kijken.
'Knap werk', zei hij.
Erissy richtte haar blik op hem en gaf hem een nerveuze glimlach, 'de oplossing van iedereen die atechnisch is: geef het apparaat een paar klappen in de hoop dat het het weer gaat doen.'
'Hier hielp het in ieder geval uitstekend', zei Strever.
De lift stopte op -1 en de deuren gingen open. Strever wierp een voorzichtige blik in de gang, maar niets wees erop dat de bollen hier ook actief waren.
'Volg me', zei hij tegen Erissy.
'Wat is dit?' vroeg Erissy.
Strever liep door de kamer en drukte her en der op knoppen. In de kamer begonnen machines te zoemen, sprongen zwarte schermen aan, lichtten toetsenborden op en kwam de ruimte tot leven. In een hoek van de kamer klikte het licht aan in een ouderwetse capsule.
'Dit', zei Strever, 'is de oude assistenten-server. Voordat het spel enorm groot werd en de knappe koppen ingame assistenten ontwikkelden gebruikten we deze capsule om assistentie te verlenen aan de spelers. De server is al jaren buiten gebruik. Het valt me mee dat alles nog werkt.'
'Dus hiermee kun je het spel in?' vroeg Erissy terwijl ze langs de verschillende schermen liep.
'Ja en nee', zei Strever, 'ik kan in de huid kruipen van een bestaande assistent. Ik kan niet als een apart personage het spel ingaan.'
'Heb je daar wat aan?'
Strever wandelde naar één van de schermen en wierp er een blik op, 'ik had liever via de beheerdersserver gegaan, maar dat zit er nu niet in. Shit! Het is al begonnen!'
'Wat?' Erissy kwam naast hem staan.
'Zie je deze twee cijfers', Strever wees op het scherm boven hem, 'het bovenste cijfer is het aantal spelers online, het onderste het aantal spelers dat offline is.'
Erissy keek naar de cijfers, 'er gaan geen spelers meer offline. Er komen alleen maar meer online spelers bij.'
'Hij heeft de servers zo ingesteld dat als een speler eenmaal online is, hij online blijft', zei Strever.
Erissy zei niets. Ze wist dat Strever het over Unteto had, ze had het rapport over hem zelf ook gelezen, en ze wist net zo goed als Strever waarom een speler nooit langer online mocht zijn dan de speldrank toestond. De drank bracht je lichaam in een diepe slaap waar je niet uit kon ontwaken voordat de drank was uitgewerkt. Zo bleef je geest veilig voor een plotselinge schok in het spel. Normaal controleerde de capsule of de drank aan het uitwerken was en verbrak tijdig de verbinding met de server. Dit beveiligingssysteem had Unteto uitgeschakeld.
'Hoeveel speler zijn al over hun speeltijd heen?' vroeg ze.
Strever drukte op een aantal toetsen, 'meer dan 78 miljoen spelers inmiddels, maar dat aantal zal snel toenemen. De maximale speelduur voor spelers is maar 6 uur en er zijn er nu al meer dan een half miljard online.'
Strever liep naar een ander scherm waar de kaart van de spelwereld te zien was. Hij toetste een naam in. Op het scherm zoomde het beeld in op een wijk in Sierward-Ages.
'Unteto laat er geen gras over groeien,' zei Strever, 'hij heeft hem al gevonden.'
Strever tikte verder. Op het scherm verscheen het afzichtelijke uiterlijk van Soktur, de assistent die Thon had uitgezocht.
'Gatverdamme', Strever trok een vies gezicht, 'had hij geen andere assistent kunnen uitzoeken?'
Hij draaide zich naar Erissy, 'ik moet het spel in.'
'Maar ik wil je nog iets vertellen', zei Erissy.
'Later. Eerst moet ik snel wat regelen, anders hoeft het niet meer. Unteto is in een rap tempo bezig de hele spelwereld over te nemen.'
Ergens in de capsule ratelde iets wat niet hoorde te ratelen. Het ding was enorm oud, maar voor de rest leek het er in ieder geval op dat hij nog werkte. Strever zocht tevergeefs in de kamer naar de speldrank en vervloekte zijn eigen stupiditeit dat hij geen voorraadje van thuis had meegenomen. Hij had er rekening mee gehouden dat hij bij de beheerdersservers kon komen, waar altijd speldrank aanwezig was.
'Dan kan je niet het spel in', zei Erissy.
Strever haalde zijn schouders op, 'ik ga wel zonder.'
'Zonder?' zei Erissy geschokt, 'ben je niet goed wijs?'
Strever stapte de capsule in, ging zitten, sloot de glazen deur en glimlachte naar haar, 'nee, niet echt.'
Strever zette de helm op die hem zou verbinden met het spel en ging achterover zitten, 'zet jij hem aan?'
Erissy schudde zachtjes haar hoofd. Ze was het totaal niet eens met de stompzinnige actie van Strever, maar wist ook niet hoe ze het anders zouden moeten oplossen.
'Doe het nou maar,' riep Strever uit de dichte capsule, 'wij zijn de enige die hier nog iets aan kunnen doen.'
'Ok ok!' zei Erissy, 'maar als er iets mis gaat is het je eigen schuld.'
'Als er iets mis gaat kom ik bij je spoken', zei Strever.
'Ja ja, maak maar grapjes', zei Erissy.
'Over een kwartier moet je me uit het spel halen', zei Strever, 'ik kan zonder beveiligingssysteem niet zelf meer ontwaken.'
'Wees niet bang. Ik zal de minuten tellen.'
Erissy pakte de bedieningshendel van de capsule beet, 'klaar?'
Strever knikte en met een ruk trok ze de hendel naar beneden.
In de capsule vlogen Strever's ogen wagenwijd open en begon zijn lichaam spastisch te schokken in de stoel. Speeksel droop over zijn kin terwijl zijn ogen zo ver wegdraaiden dat alleen het wit nog te zien was. Erissy keerde haar hoofd af. Ze wist dat dit het effect was als je zonder drank het spel inging, maar ze hoefde het niet te zien. Na een hele lange minuut verdwenen langzaam de schokken en vielen Strever's ogen dicht. Hij was in het spel.
Voorgaande delen: |1|2|3|4|5|6|7|8|9|10|11|12|13|14|15|16|17|
De Toren van Oneindige Hoogte: Het Lauwers Gilde
17-02-2006 @ 13:00 posted by Xessive
Thon stond in een hoek van de kamer tegen de wand geleund met zijn armen over elkaar en luisterde naar de verhitte discussie in de kamer. Het werk als assistent van Unteto begon voor het eerst een beetje interessant te worden. Voorlopig was hij alleen maar achtergrondvulling geweest terwijl Unteto de verschillende gilden afging met de niet geheel vrijblijvende aanbieding om zich bij hem aan te sluiten. Tot nu toe hadden alle leiders van de gilden één blik op Thon geworpen en meteen besloten om ja te zeggen, maar nu waren ze bij het Lauwers gilde. Het Lauwers gilde was niet het meest toegankelijke gilde, je moest minimaal level 30 zijn voordat je überhaupt werd toegelaten. Zo zorgden ze ervoor dat ze het sterkste gilde binnen het spel waren en bleven. Thon was vaak uitgenodigd om toe te treden, maar had iedere keer afgeslagen. Hij speelde het spel alleen, zonder hulp van anderen.'Denk je niet dat ik weet waar je mee bezig bent?' zei Legius, de leider van de Lauwers, vanuit zijn stoel aan de ronde tafel die in de kamer stond.
'Ik betwijfel het,' Unteto stond aan de andere kant van de tafel en keek op Legius neer, 'maar zelfs al zou je het weten, wat denk je eraan te kunnen doen?'
'De Lauwers zijn sterk genoeg om je te kunnen stoppen,' zei Legius, 'ik weet dat je met de andere gilden afspraken hebt gemaakt. Die afspraken zijn slechts gebaseerd op angst. Hoe snel denk je dat ze je laten vallen als blijkt dat je het Lauwers gilde niet mee hebt?'
Unteto schudde zijn hoofd, 'je hebt echt geen idee wat er aan de hand is. Anders zou je wel een paar toontjes lager zingen. Heb je enig idee hoe gevaarlijk het is om in een gevecht te raken op dit moment? Als je in het spel gedood wordt...'
'Ik weet precies wat het gevaar is', onderbrak Legius hem, 'en dan nog ben ik niet bereid om mee te werken aan deze waanzin.'
'Je moet het zelf weten,' zei Unteto, 'je snapt dat ik het Lauwers gilde niet kan laten bestaan als jullie je niet bij mij aansluiten.'
Legius lachte kort en humorloos, 'zolang je niet verwacht dat wij ons zonder slag of stoot overgeven.'
Unteto haalde zijn schouders op, 'wat jij wilt.'
Hij draaide zich om en liep richting de deur. Bij Thon stopte hij. 'Maak hem af,' fluisterde hij en liep de kamer uit.
Thon bleef alleen achter bij Legius. Legius stond op, pakte zijn vest die hij eerder over de leuning van zijn stoel had gehangen en trok het aan.
'Jou begrijp ik niet,' zei hij tegen Thon.
Thon had het gesprek tussen Unteto en Legius gevolgd en was in de war. Hij had het spel en alles wat hij deed binnen het spel altijd als niet meer gezien dan dat: een spel. Maar het gesprek leek niet in het spel thuis te horen.
'Hoezo?' vroeg hij aan Legius.
'Ik heb je altijd een goede speler gevonden. Een eenling en een speler die de grenzen van het toelaatbare opzocht, dat wel, maar je bent altijd binnen de regels gebleven. Ik had nooit gedacht dat je een moordenaar zou worden.'
'Als ik al een moordenaar ben, wat ben jij dan?' vroeg Thon, 'hoeveel personages heeft het Lauwers gilde niet gedood onder jouw leiding?'
Legius gaf hem een vragende blik, 'dat is iets heel anders. Dit heeft niets meer met het spel te maken.'
'Niets met het spel te maken?' vroeg Thon.
'Houd je niet van de domme,' zei Legius, 'het past niet bij je. We hebben genoeg gepraat.'
Razendsnel trok Legius zijn zwaard en stormde op Thon af. Thon was erop voorbereid. Legius was niet de eerste de beste tegenstander, ze scheelden maar weinig in level of kracht, maar Legius had als leider van het gilde de laatste jaren niet veel meer gevochten. Thon aan één stuk door. Het zwaard van Legius ketste af op het krachtschild dat Thon opwierp. Thon profiteerde van de door het krachtveld veroorzaakte onbalans bij Legius en stapte achter hem langs. Hij trok zijn zwaard op tijd om de volgende aanval van Legius op te vangen. Legius' zwaard ketste af op dat van Thon, maar hij deed een stap terug en haalde uit naar Thon's gezicht. De punt van het zwaard trok een diepe snee in Thon's wang. Thon gromde. Het was een lange tijd geleden dat hij gewond was geraakt tijdens een gevecht. Hij voelde een flinke woede opkomen. Het was mooi geweest. Legius' speeltijd was op. Thon dook onder een nieuwe aanval van Legius door, draaide en zwaaide zijn eigen zwaard. De klap van metaal op metaal galmde door de kleine ruimte en de kracht van zijn zwaai sloeg het zwaard uit Legius' handen. Het wapen kletterde een aantal meter van hen vandaan op de vloer. Niet in staat bij zijn zwaard te komen wierp Legius een beschermend krachtveld op, maar Thon gaf hem geen tijd om bij te komen en begon op hem in te slaan. De klappen op het krachtveld verwondden Legius niet, maar dreven hem wel op zijn knieën. Met zijn handen probeerde Legius de aanval af te weren. Tevergeefs. Thon had bloed geroken. Eenmaal in deze staat hield hij niet op tot zijn tegenstander dood was. Thon liet zijn zwaard onafgebroken neerkomen op de steeds zwakker wordende Legius tot het krachtveld knipperde en verdween. Met een schreeuw hief Thon zijn zwaard boven zijn hoofd. De punt naar beneden gericht. Vanaf de grond keek Legius naar hem op. Verblind door de spanning van het gevecht zag Thon de blik van pure doodsangst in zijn ogen niet.
Voorgaande delen: |1|2|3|4|5|6|7|8|9|10|11|12|13|14|15|16|
De Toren van Oneindige Hoogte: Onder Vuur
10-02-2006 @ 12:00 posted by Xessive
'Geef me je wapen!'Strever en Erissy draaiden in volle vaart een nieuwe zijgang in, net op tijd om een nieuw salvo te ontwijken.
'Ben je niet lekker?' riep Erissy.
'Heb je die zwevende bol gezien die achter ons aanzit?' schreeuwde Strever terug, 'dat ding houdt niet op voordat we allebei dood zijn.'
Erissy wierp een blik over haar schouder en zag de bol alweer de bocht om komen. Ze gaf het wapen aan Strever.
'Bedankt.'
Strever controleerde het pistool. Het zou toch niet zo mooi zijn als het ding niet bleek te werken.
'Bij de volgende bocht gewoon blijven door rennen,' riep hij tegen Erissy, 'en niet omkijken.'
Ze draaiden de gang in die naar de lift leidde. Strever stopte en drukte zich tegen de wand. Erissy rende door. Ze had niet eens door dat hij was blijven staan. Het was te hopen dat de bol hem niet zou zien staan. Alleen dan hadden ze een kans. Strever probeerde zich zo plat mogelijk te maken, hield zijn adem in en bleef doodstil staan.
De metalen bol zoemde met een bloedvaart langs hem achter Erissy aan. Strever hoorde de wapens klikken in het binnenste van de bol. Aan de achterkant zat een klepje. De enige zwakke plek, zo wist hij. Hij stapte in het midden van het pad en richtte het pistool op de bol. Hij moest opschieten, want Erissy rende hard, maar de bol was haar al bijna op schietafstand genaderd. Als hij mistte was het gedaan met haar en niet lang daarna met hem. Strever vuurde vier schoten af. De eerste drie ketste hopeloos af op de ronding van de metalen bol. De vierde beschadigde het klepje op de achterkant alleen maar. De bol vloog zonder vaart te verminderen verder. Strever vloekte zachtjes. Hij had geen idee wat Erissy bezielde om hem met een wapen te bedreigen, maar zo aan haar einde komen had ze dan ook weer niet verdiend.
Erissy had inmiddels de open lift bereikt en drukte paniekerig op de knop om de deur dicht te laten gaan terwijl ze angstig de bol dichterbij zag komen. Nutteloos. Strever had de bedieningssleutel van de lift in zijn zak gestoken. Strever vuurde nog twee schoten af. Op de bol brak het klepje volledig af. De laatste kogel raakte doel. Kleine vonkjes sprongen uit de achterkant. Met een klap ramde de bol tegen de linkerwand van de gang, kaatste weer naar het midden en bleef daar tollend hangen. De wapens aan de zijkant begonnen hun kogels alle kanten op te spugen. Strever hoorde een kogel langs zijn gezicht fluiten en hij dook naar de grond. Het geluid van de blerende wapens en de inslaande kogels was oorverdovend in de krappe gang. Strever lag op de grond, zijn armen als bescherming over zijn hoofd, overtuigd dat zijn laatste momenten aangebroken waren. In het midden van de gang begon de bol sneller en sneller te draaien. Zijn binnenste gloeiend van de warmte. De geur van brandend plastic vulde de gang. De stroom kogels stopte. Strever tilde zijn hoofd op. De bol was aan het zakken. Strever zag het gevaar. Binnen een seconde was hij van de vloer en op weg naar het einde van de hal. Achter hem raakte de draaide bal de grond en schoot als een kanonskogel door de gang. Strever hoorde de bol komen. Hij was bijna bij de zijgang waar ze eerder uit waren gekomen. Als hij die kon bereiken was hij veilig. De voorbijrazende bol raakte hem nauwelijks, maar de kracht was genoeg om hem tegen de wand aan te slaan. Strever zakte bewusteloos op de grond.
-Strever?- De stem leek van heel ver te komen. -Strever?- net of hij was ondergedompeld in water, -Strever!- maar werd langzaam luider alsof zijn bewustzijn door het oppervlak van de diepe zwarte zee probeerde te breken.
'STREVER!'
'Ja ja, ik ben al wakker.'
Strever ging overeind zitten, zijn rug tegen de wand en voelde aan zijn pijnlijke hoofd. Hij haalde zijn hand terug. Er zat bloed op zijn vingers.
'Ik heb er al naar gekeken,' zei Erissy, 'maar er zit teveel bloed. Ik kan niet zien hoe erg het is.'
Strever keek naar links en vond het gat in de muur waar de bol doorheen was gerold. Door de muur zag hij de rokende resten van de bol liggen.
'We moeten hier weg', zei Strever, 'kun je me overeind helpen?'
Erissy hielp hem overeind en ondersteunde hem terwijl ze naar de lift liepen. De liftdeur stond nog open en Strever zag de kogelgaten in de achterwand zitten.
'Ik heb erg veel geluk gehad', zei Erissy.
Strever steunde met zijn schouder tegen de wand van de lift en haalde de sleutel uit zijn zak.
Naast hem gaf Erissy een gil: 'Strever, kijk!'
Hij keek de gang in en zag drie nieuwe bollen de hoek omkomen die meteen op de lift afvlogen. Strever drukte de sleutel in het paneel, drukte op –1 en hield tegelijkertijd de knop ingedrukt om de deur dicht te laten gaan. Er gebeurde niets. Buiten in de gang richtten de bollen hun wapens op de open lift.
Voorgaande delen: |1|2|3|4|5|6|7|8|9|10|11|12|13|14|15|
De Toren van Oneindige Hoogte: Unteto
05-02-2006 @ 00:59 posted by Xessive
In verband met de downtime iets later dan verwacht, maar hier is het volgende deel.Met een ruk trok Thon de riem van zijn leren vest strak en gespte hem vast. Zijn zwaard had hij in een hoek van de kamer gevonden en hij stak het in de houder op zijn rug. Bij de deur wierp hij nog een laatste blik op het bed waar de lakens zachtjes op en neer bewogen door de ademhaling van de slapende Suzy. Het liefst was hij nog uren bij haar gebleven, maar hij had geen idee meer hoe lang hij precies in het spel was. Het kon goed mogelijk zijn dat zijn speeltijd bijna om was, en dan was het verstandiger uit te zoeken waar hij zich precies bevond. Hij kon hier altijd nog terugkomen. Zijn hand vond de deurknop.
'Of je blijft nog even.'
Thon draaide zich razendsnel om, zijn zwaard al in zijn handen voordat hij de hele draai gemaakt had. Het bed was weg, Suzy was weg en in het midden van de kamer was een grote troon verschenen van waaruit een man hem rustig bekeek. Zijn hoofd rustte op zijn hand, elleboog ondersteund door de leuning. Zijn ene been relaxed op het andere. Het zwart leren pak dat hij aanhad straalde gevaar uit. Thon had de man al eerder gezien.
'Stop dat zwaard maar weg', zei de man, 'de hyperflash die je bij onze vorige ontmoeting op mij los liet richtte al weinig schade aan. Met die tandenstoker valt helemaal niets te beginnen.'
Thon hing het zwaard weer op zijn rug, 'wat is hier aan de hand?'
'Alles op zijn tijd', zei de man, 'allereerst mijn complimenten. Voor zover ik weet ben je op dit moment de sterkste speler ooit.'
'Dat dacht ik ook', zei Thon, 'maar ik geloof dat dat niet helemaal meer klopt.'
'Ik had het over spelers. Mijn naam is Unteto trouwens.'
Thon's hersenen draaiden overuren. Als Unteto geen speler was, dan kon dat twee dingen betekenen. Of hij was een karakter in het spel, of hij werkte in het spel. Het leek Thon zeer onwaarschijnlijk dat Unteto een karakter was. Zoveel macht zouden de bedenkers van het spel een karakter nooit geven. Misschien was hij dan een beheerder, maar Thon wist zeker dat die zich niet mochten bemoeien met de spelers en al helemaal niet bij gevechten betrokken mochten raken.
'Niet zoveel nadenken', zei Unteto, 'het zal snel allemaal duidelijk worden. Hoe beviel Suzy eigenlijk?'
Thon glimlachte, 'uitstekend. Precies wat het spel nodig had.'
Unteto knikte instemmend, 'exact mijn idee. Jaren heb ik geroepen dat als we seks in het spel zouden brengen we waarschijnlijk de hele wereld online zouden krijgen. Jammer dat ze nooit geluisterd hebben.'
'Dus toch een medewerker van het spel,' dacht Thon.
'Jij had in ieder geval de primeur,' ging Unteto verder, 'zelfs ik heb het nog niet uitgeprobeerd. En verder?'
'Verder?' vroeg Thon.
'Ja? Hoe bevalt het spel verder.'
'Nou ja. Ik breng hier meer tijd door dan in de echte wereld. Dus dat wil wel wat zeggen.'
'Precies', zei Unteto, 'dat is ook de reden dat je hier bent. Dat, en het feit dat ik je al volg vanaf het moment dat je Asgrad om zeep hielp.'
Glimlachte Thon nog bij Suzy, bij de naam Asgrad liep zijn grijns bijna van oor tot oor.
Bij zijn eerste stappen in het spel werd hij als nieuweling opgenomen in de groep van Asgrad. Heel belangrijk, want nieuwe spelers die niet de bescherming hadden van een grotere groep liepen de kans veelvuldig gedood te worden door sterkere spelers en dan kreeg je nooit de kans om op een hoger level te komen. Onder de bescherming van Asgrad werd Thon's karakter gestaag sterker, maar het werken binnen een groep viel hem zwaar. Om de haverklap had hij ruzie en de missies die de groep samen moest doen, vond hij ten koste gaan van de opbouw van zijn karakter. Hij wilde uit de groep, maar zonder bescherming was het spel te gevaarlijk. Behalve als hij zelf sterker zou zijn natuurlijk. Het plan was snel bedacht. Thon begon een klein gedeelte van de credits die hij verdiende met de verschillende gevechten achter te houden. Eigenlijk moest alles naar de groep, maar hij hield slechts kleine beetjes achter zodat het niet opviel. De tyrilium bom die hij uiteindelijk kocht van de gespaarde credits doodde twaalf leden van de groep, waaronder Asgrad, en pompte in één klap, omdat het spel de dood van de twaalf man beschouwde als winst in een gevecht, zijn level zover omhoog dat hij alleen in het spel verder kon. Er waren niet veel groepen die daarna nog iets met Thon te maken wilde hebben. Het interesseerde hem weinig.
'Prachtig', zei Unteto, 'nooit is in het spel een groep zo vreselijk verraden als toen. De reden ook dat ik je hierheen gehaald heb. Weet je, Suzy was slechts het topje van de ijsberg. Ik kan je een macht geven binnen het spel die je nooit voor mogelijk hebt gehouden. Een macht die zelfs reikt tot in de echte wereld.'
'En wat zou ik daarvoor moeten doen?' vroeg Thon.
'Ik zoek nog een assistent. Een soort rechterhand als het ware. Binnen het spel lopen sommige zaken niet zoals het hoort en iemand moet het oplossen.'
'Ik zou in dienst komen van het spel?'
'Nog niet meteen, maar die kans is wel groot. Als je besluit mee te doen tenminste.'
Thon dacht even diep na. Hij was altijd alleen bezig geweest, waarom nu ineens voor iemand gaan werken? Maar toch. Een kans op werk binnen het spel kon hij niet laten liggen.
'Wat wil je dat ik doe?' vroeg hij aan Unteto.
Voorgaande delen: |1|2|3|4|5|6|7|8|9|10|11|12|13|14|
De Toren van Oneindige Hoogte: Erissy
27-01-2006 @ 12:00 posted by Xessive
Strever stak zijn handen in de lucht en draaide zich langzaam om, 'Jezus Erissy! Je laat me schrikken.'Erissy zei niets en zijn blik viel op het pistool dat ze op hem gericht had.
'Erissy?' vroeg hij verbaasd.
'Kop houden Strever', zei Erissy en wees met haar pistool op de deur, 'we gaan naar binnen.'
Strever draaide zich verbluft weer om, opende de deur en stapte naar binnen. Erissy volgde hem terwijl ze het wapen op hem gericht hield. De deur sloot weer achter hen. De kale betonnen gang waar ze zich bevonden werd schaars verlicht door een noodlamp boven de deur, die om de paar seconden even knipperde als teken dat het niet lang zou duren voor de lamp kapot was. Verwarmings- en rioleringsbuizen liepen langs de muur en verdwenen aan het einde van de gang in het plafond.
Strever keek naar Erissy, 'misschien wil je me in ieder geval vertellen wat je precies van plan bent?'
'Misschien later', zei Erissy terwijl ze over zijn schouder door de lege gang keek, 'ik wil nu eerst dat je me naar de serverruimte brengt.'
'Wat moet je in vredesnaam in de serverruimte?' vroeg Strever.
'Dat gaat je geen moer aan Strever en als je geen gaatje in je flikker wilt, zou ik heel snel meewerken.'
Strever keek Erissy strak aan, maar niets wees erop dat ze het niet meende. Strever besloot voorlopig mee te spelen. Er waren gevaarlijkere dingen aan de gang dan Erissy. Hij had nu geen tijd om met haar in discussie te gaan en hij moest zelf toch ook naar de serverruimte. Daar zou hij wel verder zien.
'Volg mij dan maar', zei hij.
Aan het einde van de gang zat een ijzeren trap met bovenaan een deur. Strever opende de deur en samen stapten ze een gang van het kantoor binnen. Donkerrood tapijt bedekte de vloer en de structuurwanden waren spierwit. Om de zoveel meter hing een schilderij van een bekende scene uit het spel. Strever leidde Erissy door verschillende gangen met aan weerszijden gesloten deuren.
'Waar gaan die deuren heen?' vroeg Erissy.
'Hier zat vroeger de administratie,' zei Strever, 'maar sinds alles geautomatiseerd is, zijn de kamers niet meer in gebruik.'
'Hmmff', snoof Erissy afkeurend, 'en ik neem aan dat al het administratief personeel na de automatisering ontslagen is'
'Dat neem ik ook aan', zei Strever.
Ze kwamen uit bij een matglazen schuifdeur die met een sis openschoof. Erissy en Strever liepen de grote ontvangsthal van het hoofdkantoor in. De witte marmeren vloer strekte zich uit en blonk alsof er nog nooit iemand overheen was gelopen. In het midden van de hal stond een zwarte marmeren zuil, uitgehouwen als de Toren van Oneindige Hoogte, die doorliep tot aan het plafond waar spiegels en goed geplaatste lampen het effect van oneindigheid gaven.
Strever leidde Erissy over de marmeren vloer, langs de lege desk van de receptie naar de liften achter in de hal. Erissy bleef op een afstandje, het wapen aan een stuk door op Strever gericht. Hij drukte op een knop om de lift te roepen en met een luide ping schoven de deuren van de middelste lift open. Ze stapten de lift in. Uit zijn zak haalde Strever een sleutel en stak deze in een slot op het bedieningspaneel, waarna op het paneel als extra opties de vloeren -1, -2 en -3 verschenen. Hij drukte op -3.
De lift zoefde met een vaart die Strevers maag omhoog deed komen naar beneden.
'Hoe diep ligt de serverruimte?' vroeg Erissy.
'Er zijn meerdere serverruimten', zei Strever, '-3 ligt dertig meter onder de grond en telt er zeven. Ik moet in nummer zes zijn.'
'Waarom nummer zes?'
'Omdat daar de servers staan die de beheerders gebruiken.'
De lift stopte en de deuren opende op een donkere gang, verlicht door voetlichtjes die om de zoveel meter in de vloer zaten. Met Strever voorop liepen ze door de gangen waarbij ze de andere serverruimten passeerden. Na enkele minuten lopen, stopte Strever bij een metalen deur waar nummer zes op stond. Hij trok zijn personeelskaart tevoorschijn en haalde hem door de lezer die naast de deur zat.
Een metalige stem sneed door de stilte in de gang: 'ongeldige kaart. Toegang geweigerd.'
'Kut', zei Strever.
Strever draaide zich om net op het moment dat een paneel in de wand tegenover de deur openschoof. Erissy volgde zijn blik naar de zwevende metalen bol die uit de muur kwam.
'Wat is dat in vredesnaam?' vroeg Erissy.
'Heb je afgevraagd waarom we geen bewakers zijn tegengekomen?'
Erissy schudde haar hoofd.
'Dit is de reden.'
'Verificatiecode', klonk het uit de bol.
'Strever, BX73STR.'
'Verificatiecode onbekend, stempatroon onbekend. Programma Alpha 4 in werking.'
'Dat vreesde ik al', zei Strever, 'uhhh, Erissy?'
'Ja?'
'RENNEN!'
Strever sprintte de gang door op de voet gevolg door Erissy terwijl achter ze aan weerszijden van de bol twee luikjes open schoven.
'Strever?!' riep Erissy achter hem, 'Wat is er aan de hand?'
Aan de linkerkant kwam een afsplitsing. Strever merkte dat Erissy inmiddels naast hem rende, stak zijn arm uit, vond haar arm en trok haar de zijgang in, uit de baan van het spervuur van kogels die de zwevende bol op ze afvuurde.
Voorgaande delen: |1|2|3|4|5|6|7|8|9|10|11|12|13|
De Toren van Oneindige Hoogte: Suzy
20-01-2006 @ 12:00 posted by Xessive
Thon opende zijn ogen en staarde gedesoriënteerd naar het houten plafond. Warme schaduwen dansten over de houten balken. Hij tilde zijn hoofd van het kussen en keek de kamer rond. Het was een eenvoudige ruimte, naast een kaal houten plafond ook een kale houten vloer en kale wanden. Het bed waar hij op lag stond met het hoofdeind tegen een wand. Aan weerszijden van het bed stond een houten kastje met op ieder kastje een ijzeren standaard met een brandende kaars. Aan zijn linkerkant zat een deur, maar deze was dicht en het kleine raam naast de deur was duister, alsof het buiten volledig donker was. In de rechterhoek van de kamer bevond zich een open haard waarin een vuur kalm brandde. Voor de open haard lag het vel van een witte Banthu. Thon liet zijn hoofd weer op het kussen vallen. Hij was nog in het spel, hoewel hij niet precies wist waar, en dat betekende dat hij ook nog steeds Issaphaus was. Het leek hem bijna onmogelijk na de vernietigende aanval van de andere speler, maar hier was hij en dat betekende dat de andere speler Issaphaus niet had willen doden. Het hele gebeuren was sowieso raar. Thon kende alle krachtige spelers en wist zeker dat hij de sterkste was. Als iemand in zo'n korte tijd zo sterk was geworden, had hij ervan moeten horen. Het was gewoonweg niet mogelijk.Een korte klop op de deur verstoorde zijn gedachten. De deur ging open en tot Thon's verbazing en plezier kwam Suzy, de kroeghoudster van 'de Gehoornde Quatar', binnenlopen met een dienblad met twee bekers. De onderkant van haar witte satijnen ochtendjas, met een lint dichtgeknoopt op haar buik, wapperde bij iedere stap.
'Suzy! Wat doe jij nou hier?'
Suzy glimlachte even naar hem, maar zei verder niets en liep door naar een kleine tafeltje dat bij de open haard stond, waar ze het dienblad neerzette. Thon zou gezworen hebben dat het tafeltje er eerder nog niet stond, maar werd afgeleid door het naakte silhouet van Suzy dat, verlicht door de vlammen van de haard, door de satijnen stof te zien was. Hij slikte. Dit had hij nog niet eerder gezien in het spel. Suzy nam één van de bekers van het dienblad en kwam naar hem toe waar zij aan het voeteneind op de rand van het bed ging zitten. De bovenkant van de ochtendjas viel een beetje open waardoor de ronding van haar borst te zien was. Thon moest moeite doen om er niet naar te blijven staren. Suzy gaf hem de beker.
'Wat is dit?' vroeg Thon.
'Drank om je kracht weer op te bouwen', zei Suzy, 'je hebt zoveel energie verloren in het gevecht.'
Thon ging rechtop zitten, nam de beker en dronk hem leeg. Een gedeelte van zijn kracht vloeide terug in zijn spieren. Hij zette de lege beker op het houten kastje en richtte zijn aandacht weer op Suzy.
'Beter?' vroeg ze.
'Veel', zei Thon, 'maar vertel eens…'
'Sssttt.' Suzy hield haar vinger voor haar mond als teken dat hij stil moest zijn en stond op van het bed. Ze draaide zich naar hem toe en knoopte het lint rond haar buik los, zodat de stof half open viel. Langzaam werkte ze haar schouders uit het satijn en liet het op de grond glijden. Thon staarde verbluft naar het naakte lichaam van Suzy. Niets wees erop dat ze nog slechts een onzijdig karakter in het spel was. Voor hem stond een echte vrouw, met een echt lichaam. Een echt, prachtig, lichaam.
Suzy leunde voorover en trok langzaam het laken dat over Thon heen lag weg. Voor het eerst merkte Thon dat hij, of liever gezegd Issaphaus, zijn kleren niet aan had. Zijn hand schoot naar het laken en hield het tegen.
'Doe dat maar niet', zei hij, 'daar heb je weinig aan.'
'Weet je het zeker?' vroeg Suzy.
Thon hield het laken omhoog en keek naar zichzelf. Net als Suzy bleek ook Issaphaus in alle opzichten veranderd te zijn. Suzy rukte het laken volledig van hem af en ging naast hem liggen.
Alles was anders. Het leek zelfs of zijn huid gevoeliger was geworden. Suzy wreef met haar hand over zijn borstkas en buik. Thon liet zijn hand over haar schouder en arm glijden, haar zachte huid voelde aan als fluweel. Zijn hand vond haar borst en met zijn duim en wijsvinger kneep hij in haar tepel, die meteen hard werd. Suzy kreunde zachtjes. Thon bewoog zijn hand naar beneden, over haar buik, langs haar navel en liet hem rustten op haar been, onzeker of hij niet te ver ging. Suzy pakte zijn hand, draaide zich op haar rug en leidde zijn vingers langs de binnenkant van haar dij. Hij streelde haar en Suzy kreunde nog wat luider. Het wond hem allemaal enorm op, wat niet onopgemerkt bleef bij Suzy. Ze kwam overeind en ging op hem zitten, haar handen op zijn borstkas. Thon liet het gebeuren. Suzy begon haar heupen te bewegen. Eerst rustig, maar langzaam aan steeds sneller en heftiger. Thon bewoog mee, zijn handen stevig op haar middel, zodat hij haar lichaam nog dichter tegen zich aan kon trekken. Het was een ongelooflijk gevoel. Dit was wat hij had gemist in de spelwereld. Eindelijk had de spelwereld alles wat de echte wereld ook had. Beter nog, want hier was hij niet Thon, maar Issaphaus. Hier was hij belangrijk. Hier was hij geen game-nerd met teveel tijd om handen. Hier vond zelfs een vrouw zo mooi als Suzy hem leuk. En terwijl de geluiden van hun climax het kleine kamertje vulde, besefte Thon zich dat hij de spelwereld nooit meer wilde verlaten.
Voorgaande delen: |1|2|3|4|5|6|7|8|9|10|11|12|
De Toren van Oneindige Hoogte: Aanslagen
13-01-2006 @ 12:00 posted by Xessive
De drukgolf ontstaan door de explosie tilde Strever van zijn voeten en wierp hem over zijn auto, waar hij hard op zijn rug in het gras landde. Binnen een tel was hij weer op zijn benen en graaide zijn hand onbewust naar het wapen op zijn heup, tot hij bedacht dat hij zich niet in het spel, maar in de echte wereld bevond.Strever staarde vol ongeloof naar het gapende gat in het gebouw waar even daarvoor zijn appartement had gezeten. Om hem heen landden stukjes glas, steen en verkoolde delen van zijn aan stukken getrokken inboedel op straat, in het gras en op de auto's langs de weg. Van een aantal auto's knipperde de lichten en loeide het alarm, het geluid galmend door de lege straat. Brandende papieren dwarrelden naar beneden waar ze sissend doofden in de plassen water op straat. Hier en daar verschenen slaperige gezichten voor de ramen, wakker geworden door het lawaai en nu nieuwsgierig naar wat er precies aan de hand was.
In zijn broekzak trilde zijn mobiel en Strever trok het toestel, nog half in schok en zonder zijn ogen van zijn brandende appartement af te houden, tevoorschijn.
'Ja?'
'Strever? Ben jij dat?'
Het was Erissy. Ze klonk paniekerig.
'Strever. Je moet je huis uit! Op het nieuws... allemaal aanslagen… beheerders van het spel…Strever ben je daar?'
Strever hoorde haar woorden, maar ze drongen niet tot hem door. Zijn appartement, al zijn spullen, alles wat hij liefhad, weg. Hij kon het nauwelijks bevatten.
'Stre…?'
Strever drukte de telefoon uit, opende de deur van zijn auto en stapte in. Naar het hoofdkantoor was de enige heldere gedachte in zijn hoofd. Zo snel mogelijk naar het hoofdkantoor.
De rit naar het hoofdkantoor bracht hem wat tijd om rustig na te denken. Hij had de nieuwszender aangezet. Over de hele wereld kwamen rapporten binnen van aanslagen op beheerders. De politie vermoedde dat de capsules gesaboteerd waren en met de meeste beheerders ingelogd in het spel, was het dodental aanzienlijk. Strever besefte zich dat hij enorm veel geluk had gehad. Hij besefte zich echter ook dat hij waarschijnlijk één van de weinigen op de wereld was die wist wat er ongeveer aan de hand was. Misschien had hij beter bij zijn appartement op de politie kunnen wachten, maar die konden toch verder niets doen. Hiervoor moesten ze het spel in en de wereld van het spel was voor hen slechts te betreden als speler. Strever kon als beheerder naar binnen, maar om binnen te komen als beheerder, moest hij toch echt op het hoofdkantoor zijn. Daar stonden nog systeemcapsules.
Strever draaide zijn auto de oprijlaan van het hoofdkantoor op en reed door naar de slagboom. Een bewaker kwam uit het wachthuis naast de slagboom.
Strever opende zijn raam ,'goedenavond.'
De bewaker gaf hem een norse blik, 'u wenst?'
Strever trok zijn werknemerskaart tevoorschijn.
De bewaker wierp een korte blik op de kaart, 'sorry meneer. Wij hebben instructies niemand binnen te laten.'
'Sorry?' zei Strever, 'maar ik moet naar binnen. Heb je niet gehoord wat er allemaal aan de hand is?'
'Onze instructies zijn duidelijk meneer.'
'Moet je luisteren', zei Strever pissig, 'als je mijn baas even kunt bellen. Roth-End. Die zal jullie zo vertellen dat ik vrije toegang heb tot het hoofdkantoor.'
Uit het wachthuis kwam een tweede bewaker naar buiten, zijn hand dreigend op het pistool dat op zijn heup hing, 'zijn er hier problemen?'
'Meneer wil naar binnen.'
De bewaker liep naar de auto en bleef op een veilige afstand staan, 'meneer. Zo lang niet bekend is wat er precies aan de hand is, laten wij niemand binnen.'
De blik in de ogen van de bewaker en de manier waarop hij zijn hand op zijn pistool hield, vertelde Strever dat de bewaker het meende en bereid was om geweld te gebruiken indien Strever het in zijn hoofd zou halen iets te proberen.
'Ok ok', zei Strever, 'ik ben al weg.'
Hij draaide zijn auto en reed de oprijlaan weer af. Die bewakers moesten niet denken dat hij zich zo gemakkelijk liet afwimpelen. Weer op de openbare weg draaide hij naar rechts en reed langs de omheining. Aan de achterkant van het gebouw zat een deur met een beveiligingscode. Daar moest hij heen. Het was alleen te hopen dat daar geen bewakers liepen. Strever parkeerde zijn auto langs de kant van de weg, klom met enige moeite over het hek en keek vluchtig om zich heen. Het terrein leek verlaten. Met zijn hoofd zo laag mogelijk rende hij over het donkere grasveld naar de metalen deur. Het kastje met de cijfertoetsen naast de deur werkte gelukkig. Hij hoopte maar dat de code nog hetzelfde was. Strever toetste de 5 cijfers in en zag opgelucht het knipperende rode lampje groen worden. Een klik in het binnenste van de metalen deur vertelde hem dat het slot was opengesprongen. Hij duwde de hendel van de deur naar beneden.
Achter hem klonk het geluid van een pistool dat doorgeladen werd en hoorde hij een stem fluisteren, 'als ik jou was, zou ik mij heel langzaam omdraaien.'
Voorgaande delen: |1|2|3|4|5|6|7|8|9|10|11|
De Toren van Oneindige Hoogte: Samenvatting
06-01-2006 @ 12:00 posted by Xessive
In verband met de drukte rond de feestdagen heeft DTvOH even stil gelegen.Dus voor iedereen die is vergeten waar het precies over ging of voor iedereen die de eerste 11 delen gemist heeft en geen zin meer heeft om ze allemaal door te lezen: even een korte samenvatting.
Wat doe je als overheid als een simpel computerspel je landgenoten volledig in de greep heeft, als arbeiders niet meer op komen dagen en het dagelijks leven in je land totaal overhoop ligt? Met dit probleem zit de wereld sinds de start van het spel 'De Toren van Oneindige Hoogte'. Een revolutionaire vorm van spelen waarbij de spelers zich daadwerkelijk in de virtuele wereld bevinden. Een spel ook dat zo'n grote schare fans heeft weten te verzamelen dat op ieder moment van de dag meer dan 1 miljard mensen online zijn. Ondanks overheidsmaatregelen en protesten van actiegroepen die de gevaren van het spel onder de aandacht willen brengen, groeit het aantal gebruikers echter gestaag.
Strever, beheerder in het spel, zal het een rotzorg zijn. Als één van de weinigen in de wereld die betaald wordt om in het spel rond te lopen, kan hij zijn lol niet op. Zijn leven wordt echter flink opgeschud door de online dood van Unteto, een andere beheerder in het spel. Wanneer hij in zijn speurtocht naar de toedracht van de dood van Unteto een uitgebreid rapport in handen krijgt van Erissy, de secretaresse van zijn baas, rijst bij Strever het vermoeden dat er meer aan de hand is dan iedereen denkt. Om meer te weten te komen moet Strever terug in het spel, maar wanneer hij de capsule instapt die hem verbindt met de virtuele wereld blijkt dat deze voor het eerst sinds de start van het spel off-line is.
Thon is een speler van het eerste uur. In de jaren dat hij in het spel rondloopt heeft hij zoveel krediet opgebouwd dat hij zijn personages kan uitbouwen tot de meest krachtige krijgers. Als de krijger Issaphaus wandelt hij nagenoeg onaantastbaar voor andere spelers door de virtuele wereld. Door zijn macht is Thon's ego echter groter gegroeid dan goed is voor een mens, maar binnen het spel zou deze arrogantie en overmoed hem nog wel eens duur kunnen komen te staan. Zeker wanneer een nieuwe speler ten tonele verschijnt.
Volgende week vrijdag een spiksplinternieuw deel. Wil je DTvOH gaan volgen, dan raad ik je aan in ieder geval de laatste twee delen te lezen:
http://weblog.fok.nl/blog/9415
http://weblog.fok.nl/blog/9295
Tot volgende week.
Alle delen: |1|2|3|4|5|6|7|8|9|10|11|
| | oudere items



